IJsselmondenaren in de VOC (1700-1800)

IJsselmondenaren in de VOC (1700-1800)

IJSSELMONDENAREN IN DE VOC (1700-1800)

Ook mannen en jongens geboren in IJsselmonde zochten hun geluk bij de Verenigde Oost-Indische Compagnie. Vaak in armoede geboren zochten zij roem en fortuin in verre buitenlanden, waar ze, ook in het kleine dorpje IJsselmonde, verhalen over hadden gehoord. Sommigen voeren éénmaal naar de Oost, anderen vaker, maar veel stierven onderweg of in den vreemde, zonder ooit roem of fortuin te hebben vergaard.

Vanaf 1724 kwam het Ambacht Oost-IJsselmonde in handen van de familie Bichon. De familie Bichon afkomstig uit het Franse Blaye, in het departement Gironde, hadden wel veel geld verdiend in de VOC. Als stuurman of schipper en bestuurders in de Oost werd er een aanzienlijk familiefortuin vergaard. Toen de Bichon’s zich definitief te Rotterdam vestigden, bekleedden zij vele bestuursfuncties in Rotterdam en omliggende plaatsen. De Bichon’s beschouwden IJsselmonde als hun buiten en met enkele uitzonderingen hebben geen leden van deze familie het kasteel IJsselmonde ooit als woning gebruikt. De meesten telgen van deze familie zijn dan ook geboren in Rotterdam, vandaar dat er geen leden van deze “IJsselmondse” familie in de lijst staan vermeld. 

  1. Gijsbertus Jorissen van den Baart, gedoopt te IJsselmonde op 21-12-1774, zoon van Jooris Cornelisz. van den Baart en Lena Nijsse Hartog. Hij treedt op 10-7-1792 in dienst van de kamer te Rotterdam als jongmatroos en vaart uit met het schip de Teilingen. Op 19-4-1794 overlijdt hij te Batavia.
  2. Pieter Pietersz Barendregt, gedoopt te IJsselmonde, 15-4-1696, zoon van Pieter Pietersz. Barendregt en Hilletje Jans Verschoor. Hij treedt op 25-4-1720 in dienst bij de kamer te Rotterdam als matroos en vaart uit met het schip de Valkenbos. In 1722 treedt hij uit dienst en repatrieert met het schip de Schoteroog terug naar Nederland waar hij op 5-8-1722 arriveert.
  3. Leendert Cornelisz. Blok, gedoopt te IJsselmonde op 2-8-1682, zoon van Cornelis Leendertsz. Block. Hij treedt op 8-4-1718 in dienst van de kamer te Zeeland als soldaat en vaart uit met het schip de Zuiderbeek. Op 27-11-1720 overleden te Azië.
  4. Pieter Claasz Bras, gedoopt te IJsselmonde op 18-4-1700, zoon van Claes Pietersz. Bras en Maria Hendrikse van Mullem. Hij treedt op 25-4-1720 in dienst van de kamer te Rotterdam als matroos en vaart uit met het schip de Valkenbos. In 1724 treedt hij uit dienst en repatrieert met het schip de Mijnden terug naar Nederland alwaar hij op 5-7-1724 arriveert. Op 11-4-1725 treedt hij weer in dienst van de kamer te Rotterdam, ditmaal als bosschieter en vaart uit met het schip de Padmos. Het schip keert op 4-7-1726 terug in Rotterdam waar hij afmonstert. Op 30-1-1727 treedt hij weer in dienst, ditmaal van de kamer te Zeeland en als matroos en vaart uit met het schip de Samaritaan. In 1728 treedt hij uit dienst en repatrieert met het schip de Barbestein terug naar Nederland waar hij op 17-6-1728 arriveert. In 1728 woont Pieter in de Swanesteeg (achter ’t Klooster) in Rotterdam. Hij huwt te Rotterdam op 13-7-1728 met Rebekka Jans de Ridder, gedoopt te Rotterdam op 19-12-1706, dochter van Jan Willem de Ridder en Maria Everts. Als Rebekka op 19-3-1739 in ondertrouw gaat met Cornelis den Beste is Pieter overleden, zijn overlijden is niet teruggevonden.Kinderen uit het huwelijk met Rebekka:
          a. Marietje, ged. Rotterdam, 1-5-1729, begr. ald. 17-6-1729
          b. Maria, ged. Rotterdam, 9-5-1730
          c. Klaassie, ged. Rotterdam, 29-5-1732, begr. ald. 30-6-1732
          d. Clasijntje, ged. Rotterdam, 15-9-1735In 1729 treedt hij weer in dienst van de kamer te Zeeland, ditmaal als bosschieter en zal uitvaren met het schip de Zoetelingskerke. Als het schip echter vertrekt op 14-4-1729 is hij absent bij afvaart. Zijn verse huwelijk en recente vaderschap zullen hem vermoedelijk hebben doen besluiten niet nog een vierde reis te maken.
  5. Leendert Claesse, afkomstig van IJsselmonde. Op 4-5-1686 in dienst getreden van de kamer te Zeeland als matroos en vaart uit met het schip de Nieuwland. Onbekend is hoe het hem verder is vergaan.
  6. Arij Cornelissen, afkomstig van IJsselmonde. Op 24-11-1719 in dienst getreden van de kamer te Zeeland als timmerman en vaart uit met het schip de Steenoven. Aangekomen op de Kaap de Goede Hoop op 11-7-1720 is hij ziek. In het soldij boek staat hierover vermeld “dat door dispositië aan de caap de goeden hoop in’t hospitaal achterblijft”. Uiteindelijk vaart hij toch verder met de Steenoven, want hij overlijdt op 2-6-1724 ergens te Azië.
  7. Claas (Nicolaes) van Dalen/Dalem, gedoopt te Rotterdam op 17-8-1755, zoon van Abraham Klaasse van Dalem en Geertruij Gith (Gis). Hij treedt op 4-9-1769 in dienst van de kamer te Zeeland als matroos en vaart uit met het schip de Noord-Beveland. In 1770 treedt hij uit dienst en hij repatrieert met het schip de Westfriesland terug naar Nederland (onbekend is wanneer hij arriveerde in Nederland).
  8. Coenraad Harmensz. van Doorn, gedoopt op 22-01-1727 te IJsselmonde, zoon van Harmen van Doorn/Doren en Margarieta/Grietje Meijers. Op 2-3-1749 in dienst getreden van de kamer te Zeeland als timmerman en vaart uit met het schip de Scheijbeek. Hij overlijdt op 21-7-1753 te Oosthuijzen (zijn ouders worden in het soldijboek genoemd als zijn erfgenamen).
  9. Huijbert Geldeblom, afkomstig van IJsselmonde. Op 19-10-1772 in dienst getreden van de kamer te Rotterdam als matroos en uitgevaren met het schip de Juno. Op 4-4-1773 aan boord van het schip de Juno op zee overleden.
  10. Arij van der Hennik/Hennip, afkomstig van IJsselmonde. Op 10-10-1763 in dienst getreden van de kamer te Delft als onder (scheeps) timmerman en vaart uit met het schip de Hoop. Op 14-5-1764 als het schip op de rede van Batavia voor anker ligt, gaat hij van boord en wordt hij gestationeerd op het Eiland Onrust als scheepstimmerman. In 1769 treedt hij in dienst en repatrieert hij met het schip de Jonge Samuel terug naar Nederland waar hij op 11-5-1769 aankomt. Op 5-12-1771 treedt hij weer in dienst van de kamer te Delft als onder (scheeps) timmerman en vaart hij uit met het schip de Pauw. Hij overlijdt op 1-1-1773 te Azië.
  11. Hendrik Jansen, afkomstig van IJsselmonde. Op 20-1-1706 in dienst getreden van de kamer te Amsterdam als matroos en met het schip de Horstendaal uitgevaren. Op 1-2-1706 te Engeland gedeserteerd. In het soldijboek staat daarover dat hij “op de reede van Torqaij als schelm is weggeloopen”.
  12. Jan Kelkuijsen de jonge, gedoopt te IJsselmonde op 27-2-1752, zoon van Johannes (Jan) Kelkhuijsen en Jigje Wijbes de Boer. Hij treedt op 10-12-1762 in dienst van de kamer te Rotterdam als jongen en vaart uit met het schip de Vreedesteijn. Op 26-11-1763 overlijdt hij te Quaad in Azië.
  13. Jan Paulusz Koolman/Kooijman, gedoopt te Heerjansdam op 3-12-1730, zoon van Paulus Rokusz. Kooijman en Neeltje Jans van Driel. Hij treedt op 6-3-1754 in dienst van de kamer te Rotterdam als matroos en vaart uit met het schip de Wildrijk. Wordt veroordeeld en op 22-3-1755 ter dood gebracht. Welke halsmisdaad Jan op zijn geweten had is niet bekend geworden, in het soldijboek staat dat hij is “gecondemneerd om met de koorde gestraft te worden dat er de dood navolgt”.
  14. Bastiaen Jansz. de Kraeij, gedoopt te IJsselmonde op 29-12-1680, zoon van Jan Bastiaens de Craij en Ida Cornelisse. Hij treedt op 23-2-1723 in dienst van de kamer te Rotterdam als (4e) timmerman en vaart uit met het schip de Neptunis. Hij is op 28-8-1725 te Azië overleden.
  15. Arij Lamsbergen, afkomstig van IJsselmonde. Op 14-1-1719 in dienst getreden bij de kamer te Amsterdam als onder (scheeps) timmerman en vaart uit met het schip de Huis ten Donck. Bleef werkzaam als scheepstimmerman te Batavia, laatste als opper scheepstimmerman. Hij is op 22-10-1734 te Batavia overleden.
  16. Arij Dame Leenvaert (ook: Leemvaart of Leensaam), gedoopt te IJsselmonde op 28-2-1731, zoon van Daam Japikse Leentvaert en Maijke Ariëns de Snoo. Hij treedt op 27-11-1743 in dienst van de kamer te Rotterdam als jongen en vaart uit met het schip de Standvastigheid. Treedt in 1745 uit dienst en repatrieert met het schip de Kerkwijk naar Nederland waar hij op 26-8-1745 arriveert. Treedt op 7-1-1749 wederom in dienst als bosschieter en vaart uit met het schip de Overschie. Is op 21-1-1749 in Engeland gedeserteerd en verdwenen.
  17. Jan Pietersen van der Linden/van der Lint/van der Lindt, afkomstig van IJsselmonde, vermoedelijke zoon van Pieter Meurse van der Linde en Pleuntje Tijsse. Hij treedt op 20-1-1710 in dienst van de kamer te Delft als bootsgezel en vaart uit met het schip de Wassenaar. Op 6-8-1711 keert de Wassenaar terug in Nederland en monstert hij af. Op 10-1-1712 treedt hij in dienst van de kamer te Rotterdam, ditmaal als bosschieter en vaart uit met het schip de Standvastigheid. In 1715 treedt hij uit dienst en repatrieert met het schip de Ter Horst terug naar Nederland waar hij op 6-8-1715 arriveert. Op 5-4-1716 treedt hij in dienst bij de kamer te Zeeland als matroos en vaart hij uit met het schip de Zandenberg. Op 1-5-1718 ligt het schip op de rede van Rozenburg en deserteert hij en staat hij te boek als “absent”.
    Tijdens zijn tweede reis heeft hij een schuldbrief op naam van zijn vrouw Catharina de Ruijter.
  18. Arij Janse Molendijk gedoopt te Barendrecht op 27-1-1709, zoon van Jan Ariënsz. Molendi(j)ck en Teuntgen Jacobss van Dijck. Hij treedt op 9-4-1759 in dienst van de kamer te Rotterdam als matroos en vaart uit met het schip de Vreedesteijn. Hij is op 22-8-1759 op zee overleden aan boord van het schip de Vreedesteijn.
  19. Christiaan Pietersz. Termeijn, gedoopt te IJsselmonde op 9-4-1741, zoon van Pieter Anthonisz. Termijn en Stijntje Eusebius. Christiaan huwt te IJsselmonde op 29-10-1769 (ondertr. ald. 6-10-1769) met Marijtjen Verheij, jd. van Oost IJsselmonde, gedoopt te IJsselmonde op 20-10-1737, overleden te IJsselmonde op 5-3-1812, dochter van Johannes Verheij en Jannitje Taselaar. Hij treedt op 28-4-1774 in dienst van de kamer te Zeeland als matroos en vaart uit met het schip de Bot. Hij overlijdt op 6-1-1775 in het hospitaal te Batavia.
  20. Cleijs Pieterse van der Graaf, afkomstig van IJsselmonde. Op 2-6-1738 in dienst getreden van de kamer te Zeeland als matroos en vaart uit met het schip de Sara Jacoba. Op 3 juni 1739 is hij ziek en wordt hij opgenomen in het hospitaal te Batavia. Op 22-5-1740 overlijdt hij te Azië.
  21. Willem Cornelisz. Groenevelt, , j.m. van Ouwerkerk, gedoopt te Ouderkerk a/d IJssel op 31-3-1726, zoon van Cornelis Willemsz. Groenevelt en Teuntje Willemse Boer, huwt te IJsselmonde op 12-11-1752 (ondertr. ald. 21-10-1752) met Hendrijntje Cornelisse van der Kulk, j.d. van Ridderkerk, gedoopt te Ridderkerk op 3-6-1730, dochter van Cornelis Dammis van der Kulck en Johanna Aartse (van) Nugteren.Kinderen uit dit huwelijk:
          a. Teuntje, ged. IJsselmonde, 24-3-1753
          b. Cornelis, ged. IJsselmonde, 18-8-1754
          c. Kornelis, ged. IJsselmonde, 23-10-1756, begr. IJsselmonde, 18-7-1757
    Hij treedt op 26-9-1774 in dienst bij de kamer te Rotterdam als kwartiermeester en vaart uit met het schip de Mercuur. Op 25-5-1775 stapt hij op Kaap de Goede Hoop over op het schip ’t Loo. Op 21-8-1777 overlijdt hij te Azië.
  22. Daniël Hendriksz. de Koning, gedoopt te IJsselmonde op 28-11-1731, zoon van Hendrik de Koning en Johanna Meijers. Hij huwt te IJsselmonde op 10-4-1757 (ondertr. ald. 19-3-1757) met Jannetje (Johanna) Bestebreur, jd. van Oost IJsselmonde, gedoopt te IJsselmonde op 6-5-1736, begraven aldaar op 12-12-1771, dochter van Pieter BesteBroer en Liduwij Elseman. Daniël hertrouwt te IJsselmonde (ondertr. 16-9-1774) met Angenietje Staak, j.d. van Oost IJsselmonde, gedoopt te IJsselmonde op 15-4-1738, begraven te Rotterdam op 18-12-1783, dochter van Gerrit Staeck en Marijtje de Kraaij.Kinderen (1e huwelijk):
          a. Johanna, ged. IJsselmonde, 10-9-1757
          b. Ludowij, ged. IJsselmonde, 21-10-1758
          c. Hendrina, ged. IJsselmonde, 28-1-1761
          d. Pieter, ged. IJsselmonde, 16-1-1763
          e. Hendrik, ged. IJsselmonde, 31-3-1765
          f. Fop, ged. IJsselmonde, 9-10-1768
    Kinderen (2e huwelijk):
          g. Gerrit, ged. Rotterdam, 22-8-1775
          h. Henderina, ged. Rotterdam, 5-10-1777
          Marija, ged. Rotterdam, 25-6-1780
    Hij treedt op 3-8-1789 in dienst van de kamer te Rotterdam als scheepstimmerman en vaart uit met het schip de Zeebouwer. Hij overlijdt op 15-8-1790 op het eiland Onrust te Azië.
  23. Theunis Jansz Maurits, afkomstig van IJsselmonde. Hij treedt op 17-1-1715 in dienst van de kamer te Zeeland als matroos en vaart uit met het schip de Duivenvoorde. In 1719 treedt hij uit dienst en repatrieert met het schip de Berbice terug naar Nederland waar hij op 10-8-1719 arriveert.
  24. Arij Theunisse Roos, gedoopt te IJsselmonde op 17-6-1750, zoon van Theunis Jacobsz. Roos en Nahomi Gerritse de Goede. Op 31-10-1774 treedt hij in dienst van de kamer te Rotterdam als matroos en vaart uit met het schip de Rodenrijs. Treedt in 1777 uit dienst en repatrieert met het schip de Batavia naar Nederland waar hij op 1-10-1777 arriveert.
  25. Cornelis Theunisz. Roos, gedoopt te IJsselmonde op 28-7-1748, zoon van Theunis Jacobsz. Roos en Nahomi Gerritse de Goede. Op 24-5-1760 in dienst gestreden van de kamer te Rotterdam als jongen en uitgevaren met het schip de Schoonzicht. Op de Kaap de Goede Hoop overgestapt op het schip de Slooten. Hij is op 2-10-1766 overleden te Azië. Zijn nalatenschap ging naar de Grote Armen van IJsselmonde, Paulus van Driel was executeur.
  26. Jacobus Theunisz. Roos, gedoopt te IJsselmonde op 7-2-1742, zoon van Theunis Jacobsz. Roos en Nahomi Gerritse de Goede. Hij treedt op 28-9-1761 in dienst van de kamer te Rotterdam als hoogloper/hooploper en vaart uit met het schip de Standvastigheid. Op 5-5-1765 overlijdt hij te Banda in Azië.
  27. Abraham Schoute, afkomstig van IJsselmonde. Op 23-10-1751 in dienst getreden bij de kamer te Zeeland als Bosschieter en vaart uit met het schip de Nieuwvijvervreugd. Is op 20-11-1751 overleden op zee aan boord van de Nieuwvijvervreugd.
  28. Cornelis Senten, afkomstig van IJsselmonde (van ‘t IJsselmondse Veer). Op 6-5-1726 in dienst getreden van de kamer te Enkhuizen als matroos en vaart uit met het schip de Johanna. Treedt in 1729 uit dienst en repatrieert met het schip de Beekvliet terug naar Nederland waar hij op 29-7-1729 arriveert. Treedt op 20-1-1730 in dienst van de kamer te Delft als matroos en vaart uit met het schip de Lage Polder. In 1733 treedt hij weer uit dienst en rapatrieert met het schip de Meermond terug naar Nederland waar hij op 22-7-1733 arriveert.
  29. Abraham Serle, afkomstig van IJsselmonde. Op 8-4-1784 in dienst getreden bij de kamer te Zeeland als matroos en vaart uit met het schip de Stavenisse. Op 14-10-1786 op de rede van Colombo te Azië overleden.
  30. Gerret Pietersz. Verheij, gedoopt te IJsselmonde op 15-1-1759, zoon van Pieter Verheij en Neeltje Veldhoen. Gerrit huwt te Rotterdam op 20-5-1782 (ondertr. 5-5-1782) met Maijke van Koperen/Ko(o)per, gedoopt te Rotterdam op 9-3-1756, dochter van Jan Kooper/van Koperen en Geertruij Ploeg

    Kinderen uit dit huwelijk:
          a. Pieter, ged. Rotterdam, 9-11-1783, vroeg overleden
          b. Pieter, ged. IJsselmonde, 20-3-1785, begr. Rotterdam, 26-4-1791
          c. Geertruij, ged. Rotterdam, 4-12-1788, overl. Rotterdam 7-1-1841
          d. Neeltje, ged. Rotterdam, 31-1-1790, begr. Rotterdam, 26-5-1790
    Hij treedt op 3-8-1789 in dienst van de kamer te Rotterdam als scheepstimmerman en vaart uit met het schip de Zeebouwer. Hij overlijdt op 13-9-1790 op het eiland Onrust te Azië.
  31. Jan Willemse de Vries, gedoopt te IJsselmonde op 10-11-1741, zoon van Willem de Vries en Pleuntje Verschoor. Hij treedt op 7-10-1757 in dienst van de kamer te Rotterdam als jongmatroos/lichtmatroos en vaart uit met het schip de Jerusalem. Hij overlijdt op zee aan boord van de Jerusalem op 8-7-1758.
  32. Leendert van Wijngaerden, afkomstig van IJsselmonde. Op 14-5-1732 treedt hij in dienst van de kamer te Rotterdam als matroos en vaart uit met het schip de Hofwegen. Op 15 mei 1733 wordt hij ziek opgenomen in het hospitaal te Batavia alwaar hij op 4-10-1733 overlijdt.
  33. Roelof Arijsz. Wor, gedoopt te IJsselmonde, 30-11-1763, zoon van Arij Pietersz. Wor en Kaatje Zeemans. Hij treedt op 14-11-1785 in dienst van de kamer te Rotterdam als onder (scheeps) timmerman en vaart uit met het schip de Standvastigheid. Hij overlijdt te Batavia op 31-8-1786.
Het Jacht van de VOC Kamer Rotterdam op de rede van Hellevoetsluis door Jacob van Strij (1780)

 

BRON: Nationaal Archief, het Archief van de Verenigde Oostindische Compagnie (VOC)

Ontworpen door Henk Kuiper Webs

Door de site te te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op "toestaan cookies" om u de beste surfervaring mogelijk te maken. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten