Portal Stadsarchief, collectie IJsselmonde

Uw zoekacties: Archief van het Waterschap IJsselmonde
x8 Archieven van de ambachten Oost- en West-IJsselmonde en de gemeente IJsselmonde, en de ambachtsheerlijkheden ( Stadsarchief Rotterdam )
Uitleg bij archieftoegang

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

• Kenmerken van het archief
• Inleiding op het archief
• Inventaris of plaatsingslijst
• Eventueel bijlagen

De kenmerken van het archief zijn o.m. de omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere.

De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

8 Archieven van de ambachten Oost- en West-IJsselmonde en de gemeente IJsselmonde, en de ambachtsheerlijkheden ( Stadsarchief Rotterdam )
Zoek in deze inventaris
>
Zoektermen
Zoektips!

Wildcards kunnen het zoeken vergemakkelijken:

  • Een ? (vraagteken) vervangt een letter
  • Een * (sterretje) vervangt een aantal letters
  • Door een $ (dollarteken) voor een zoekterm te zetten, zoekt u naar woorden die op elkaar lijken.

Meer zoektips vindt u hier.

 
 
Inventaris
1. Nieuwe inleiding
1.1. Verwant materiaal
1.2. Geschiedenis van de archiefvormer
1.2.06. Ambacht en gemeente
8 Archieven van de ambachten Oost- en West-IJsselmonde en de gemeente IJsselmonde, en de ambachtsheerlijkheden
1. Nieuwe inleiding
1.2. Geschiedenis van de archiefvormer
1.2.06. Ambacht en gemeente
Organisatie: Stadsarchief Rotterdam
Het bestuur van de ambachten bestond uit verschillende personen en colleges, die door de ambachtsheer werden aangesteld. Aangezien vele ambachtsheren IJsselmonde als zomerresidentie beschouwden werd het bestuur meestal overgelaten aan de rentmeester en een college van schout en heemraden of schepenen. Het ambt van rentmeester ging vaak samen met dat van schout en secretaris, dijkgraaf en notaris, zodat sommigen zich tot ongekroonde koningen wisten te ontwikkelen. Een goed voorbeeld hiervan is Pieter Tijken, die niet alleen bovengenoemde functies vervulde, doch ook nog de functies van baljuw, dijkgraaf, schout en secretaris van de hoge heerlijkheid Albrandswaard benevens dijkgraaf, schout en secretaris van Hoogvliet, Pernis en Poortugaal bekleedde. Tot 1795 bestond er geen scheiding tussen ambacht en polder zodat wij regelmatig dezelfde namen voor functionarissen van dorps-en polderbesturen aantreffen. Het college van schout en heemraden, welke laatste zich in de tweede helft van de 17e eeuw schepenen gingen noemen, hield zich voornamelijk bezig met watertstaatszaken en het dorpsbestuur. Daarnaast was er nog een college van schout en schepenen voor de rechtspraak. De neerslag van hun handelingen vindt men respectievelijk in de resolutie- en schouwboeken van de polders en in het oud-rechterlijk archief.
Eerst in de tweede helft van de 18e eeuw treft men resolutieboeken aan van het eigenlijke dorpsbestuur. De ambachtsheer had naast het recht om plaatselijke regenten en sommige ambtenaren te benoemen ook het collatierecht en het Jus Patronatus; tevens was hij opperkerkmeester. Tot 1795 moesten alle dorps-, kerk- en armenrekeningen aan hem ter goedkeuring worden voorgelegd. De armenzorg was aanvankelijk in handen van de kerk; bij het contract van separatie in 1766 volgt de scheiding in Politieke of Grote Armen en Kerkelijke of Diaconie Armen. Voor dat jaar spreekt men over de gecombineerde armen met als regenten schout en gerechte met predikant en kerkeraad. Na het vertrek van stadhouder Willem V in 1795 nemen de provisionele representanten van het volk van Holland de leiding in handen.
Men stelt een plaatselijke regering of municipaliteit in, die zelf haar ambtenaren aanstelt. De leden hiervan worden door de burgers gekozen door middel van grondvergaderingen en de leden zelf kiezen uit hun midden een president. Vervallen zijn de invloed van de ambachtsheer en van dijkgraaf en hoogheemraden. In 1798 wordt een nieuwe staatsregeling ontworpen, waarbij een reglement op de inrichting van gemeentebesturen wordt uitgevaardigd. De sluiting van de ambachtsrekening geschiedt nu ten overstaan van gecommitteerden uit stemgerechtigde ingezetenen en niet meer door schout, heemraden en ambachtsheer. Op 24 maart 1798 delen de agenten van het Maas-eiland, die belast zijn met de reorganisatie van de municipaliteiten op het Maaseiland in het voormalig gewest Holland, mede, dat Oost-en West-IJsselmonde in het regime worden gecombineerd, doch met opdracht om de resoluties en protocollen apart te houden en derhalve de secretarieën afzonderlijk van elkaar te leiden.
De administraties van beide ambachten blijven dus gescheiden. Alle leden worden van hun post ontheven en door nieuwe vervangen. In deze woelige tijden volgt de ene bestuurswisseling na de andere zoals in 1799, 1804 en 1811. In 1804 wordt een civiele rechtbank ingesteld, bestaande uit een schout en schepenen, die benoemd worden door het Departementaal Bestuur, waarmede de scheiding met het gemeentebestuur een feit is. Na de inlijving bij Frankrijk wordt in 1811 de civiele rechtbank ontbonden en treedt het plaatselijke bestuur af. Er wordt nu een maire benoemd en een municipale raad. Na het herstel van de souvereiniteit in 1814 worden de heerlijke rechten voor een groot deel hersteld en de titel van schout komt weer te voorschijn.
Het oude recht van de ambachtsheer om plaatselijke regenten en andere functionarissen te benoemen wordt na het herstel van de heerlijke rechten omgezet in een recht van voordracht aan de Koning of aan Gedeputeerde Staten en wordt weer als recht van benoeming teruggegeven, voor zover het ondergeschikte bestuurders of beambten betreft. De rechtspersoon, het ambacht van vóór 1795, bleef ook na dat jaar bestaan. De colleges, die de rechtspersoon vertegenwoordigden en bestuurden, veranderden na 1795 van naam, maar niet in wezen. Ook de rechtspersoon zelf, zonder van naam te veranderen, krijgt er na 1803 een naam bij; men spreekt dan van ambacht of gemeente. Eerst na 1811 komen in plaats van deze ene rechtspersoon (ambacht of gemeente) twee andere in de plaats: het ambacht en de gemeente. * 
Om een administratieve chaos te vermijden laat men na 1814 de bestuurders voorlopig zitten. Het reglement van 1816 bepaalt, dat aan het hoofd van een plattelandsgemeente een schout komt te staan, bijgestaan door een secretaris, twee assessoren en een gemeenteraad. In 1817 wordt voor IJsselmonde een nieuw bestuur benoemd, bestaande uit een schout en secretaris, twee assessoren en vijf raadsleden. De benoeming geschiedde door de Koning op voordracht van de ambachtsheer, die van de raadsleden door de Staten eveneens op voordracht van de ambachtsheer. In 1825 volgt een nieuw reglement waarbij de titel van schout in die van burgemeester wordt veranderd. De gemeenteraad zal uit zeven personen bestaan, waaronder de burgemeester en beide assessoren; er valt dus een raadslid af. Bij de herziening van de grondwet in 1848 worden de heerlijke rechten voor het merendeel opgeheven. Voordrachten voor het benoemen van gemeentelijke bestuurders kunnen niet langer meer door de ambachtsheer worden gedaan. In 1851, als de Gemeentewet wordt ingesteld, wordt de naam van assessor gewijzigd in die van wethouder. In 1862 worden de ambachten als zodanig opgeheven en omgezet in polders met een eigen bestuur, waardoor de scheiding tussen gemeente- en waterschapsbestuur defintief is. Het aantal raadsleden is bij het groeien der gemeente gestadig uitgebreid, het laatst in 1891 toen het aantal elf bedroeg.
Aangezien er geen raadhuis in de gemeente voorhanden was vergaderde het dorpsbestuur in het oude rechthuis, dat eigendom was van de familie Bichon. Ook maakte men voor dat doel wel gebruik van herbergen, hetgeen volgens een brief uit 1879 van de Commissaris van de Koningin in strijd was met de waardigheid van de Raad en niet in het belang van de gemeente. In 1883 wordt de woning van oud- burgemeester C.A. Molenaar aangekocht en tot raadhuis verbouwd. In 1938 zijn er nog plannen gemaakt voor de bouw van een nieuw raadhuis, die echter wegens de oorlog en de daarop volgende annexatie geen doorgang vonden. *  Het gemeentewapen is in 1816 officieel vastgesteld: een veld van lazuur met twee banden van keel (=rood), waartussen een klimmende bever van goud. Dit laatste is ontleend aan het wapen van de familie Van Beveren, ambachtsheren van West- IJsselmonde. *  De rode banden kwamen voor op het familiewapen van Egmond, leenheren van Oost-IJsselmonde. *  Het grondgebied van het Westambacht bestond uit de polders Dirk Smeetsland, Varkensoord en de 68 morgen, dat van het Oostambacht uit het oude en nieuwe land van de polder Oost-IJsselmonde, benevens het Klein-Nieuwland of de 51 morgen en het Zomerland.
Bij het proces-verbaal van grensbepaling van 26 oktober 1827 *  werden het eiland Feijenoord en de tiendheerlijkheid Lombardijen bij IJsselmonde gevoegd. Nog een enkel woord over Feijenoord. Toen dit eiland nog een gors was, werd het op 14 juni 1457 *  door Thomas Dobbe verkocht aan de ingelanden van Nieuw-Reijerwaard en Oost-IJsselmonde ten behoeve van de aardhaling voor het repareren en aanleggen van dijken. Op 11 februari 1591 *  wordt tweederde deel van het eiland door Nieuw-Reijerwaard verkocht aan de stad Rotterdam; het resterende deel wordt door Oost-IJsselmonde op 11 maart 1658 *  aan genoemde stad verkocht onder voorwaarde, dat het recht van aardhaling ten eeuwige dage zou blijven bestaan.
Het eiland was door Rotterdam gekocht met het doel om door het aanleggen van strekdammen de waterloop van de rivier in een voor de stad gunstige zin te regelen. In 1714 *  deed de ambachtsheer afstand van de civiele jurisdictie en in 1795 werd het eiland ingedijkt. Het werd van de polders De Hille en Varkensoord gescheiden door het Zwanegat. Hoewel Rotterdam zich door allerlei rechten en overeenkomsten van Feijenoord had meester gemaakt, werd door de Franse tijd een einde aan die rechten gemaakt en kwam Feijenoord bij de gemeente IJsselmonde. In 1865 bestond het grondgebied van de gemeente IJsselmonde (zie afb. 2) uit de polder Oost-IJsselmonde met de buitengorzen, de polder Dirk Smeetsland, de polder De Laagjes of de 68 morgen, de polder Klein-Nieuwland of de 51 morgen, de polder het Zomerland, de polder Varkensoord en het eiland Feijenoord, benevens een aantal platen in de rivier, waaruit later het eiland Van Brienenoord *  zou ontstaan.
De noordgrens van de gemeente werd gevormd door de rivieren de Nieuwe Maas en de Noord, aan de oostzijde de gemeente Ridderkerk, aan de zuidzijde de gemeente Barendrecht en aan de westzijde de gemeente Charlois. Een deel van de grens met Charlois werd gevormd door de Vliet, de oude limietscheiding tussen de jurisdicties van Putten en Zuid-Holland, waarvan een restant nog aanwezig is als de Lange Geer in Rotterdam-Zuid. Oorspronkelijk stond IJsselmonde geheel onder de invloed van de stad Dordrecht om geleidelijk aan in de invloedssfeer van Rotterdam te geraken. Door de voortdurende expansiedrift van die stad viel de ene polder na de andere aan stadsuitbreiding ten offer. Rotterdam had de grond nodig voor woningbouw en havenuitbreiding en dan was er nog de spoorwegverbinding tussen Dordrecht en Rotterdam, die in de periode 1867-1869 tot stand kwam. De spoorweg liep dwars door de polders Varkensoord, de 68 morgen en Dirk Smeetsland, het oude Westambacht. In 1870 *  werd Feijenoord definitief bij Rotterdam gevoegd. Bij de annexatie van de gemeente Charlois in 1894 ging ook een deel van IJsselmonde t.w. de polder Varkensoord met het spoorwegemplacement en het eiland Van Brienenoord naar Rotterdam. Het overige deel van de gemeente werd op 1 augustus 1941 geheel geannexeerd, waarmede een einde kwam aan de gemeente IJsselmonde.
1.2.07. Geraadpleegde literatuur
1.5. Verantwoording
2. Inventaris
3. Bijlagen
Kenmerken
Datering:
1435 - 1941
Beschrijving:
Inventaris van de archieven van de Gemeente IJsselmonde en de ambachtsheerlijkheden Oost- en West-IJsselmonde en Lombardijen
Auteur:
J.G.B. Nieuwenhuis
Plaats van uitgave:
Rotterdam
Jaar van uitgave:
1979 ( 2007)
Categorie:
  • Zonder categorie
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS

Ontworpen door Henk Kuiper Webs

Door de site te te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op "toestaan cookies" om u de beste surfervaring mogelijk te maken. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten