Portal Stadsarchief, collectie IJsselmonde

Uw zoekacties: Archieven van de Notarissen te Rotterdam en daarin opgegane ...
x18 Archieven van de Notarissen te Rotterdam en daarin opgegane gemeenten (ONA) ( Stadsarchief Rotterdam )
Uitleg bij archieftoegang

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

• Kenmerken van het archief
• Inleiding op het archief
• Inventaris of plaatsingslijst
• Eventueel bijlagen

De kenmerken van het archief zijn o.m. de omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere.

De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

18 Archieven van de Notarissen te Rotterdam en daarin opgegane gemeenten (ONA) ( Stadsarchief Rotterdam )
Zoek in deze inventaris
>
Zoektermen

Wildcards kunnen het zoeken vergemakkelijken:

  • Een ? (vraagteken) vervangt een letter
  • Een * (sterretje) vervangt een aantal letters
  • Door een $ (dollarteken) voor een zoekterm te zetten, zoekt u naar woorden die op elkaar lijken.

Meer zoektips vindt u hier.

beacon
 
 
Archiefvorming
Geschiedenis van de archiefvormer
18 Archieven van de Notarissen te Rotterdam en daarin opgegane gemeenten (ONA)
Archiefvorming
Geschiedenis van de archiefvormer
Titel:
Geschiedenis van de archiefvormer
Organisatie: Stadsarchief Rotterdam
Aantal notarissen
Van oudsher was in de Nederlanden het notarisambt zeer begeerd. Het gevolg was, dat niet alleen een groot aantal personen het ambieerde, maar dat hieronder ook dikwijls ongeschikte en onbetrouwbare elementen voorkwamen.
Reeds in 1524 klaagden eenige steden op de dagvaart te Mechelen "over die veelheyt ende onbequaemheyt" van de notarissen, die akten verleden, waaruit tal van processen en geschillen ontstonden. Zij verlangden, dat elke stad voortaan voor haar ressort "de nutste ende bequaemste (zou) mogen eligeren, zoeveel hemlieden nae grootheyt van der stadt van noode (zou) zijn", waarop besloten werd, dat iedere stad, al naar dat zij groot was, twee, drie of vier notarissen zou kunnen kiezen, doch, dat de Staten deze keus moesten approbeeren *  .
In overeenstemming hiermede is het plakkaat, dat keizer Karel eenige dagen later, 21 Maart 1524, uitvaardigde. In elke stad zouden zooveel notarissen fungeeren als Burgemeesteren en Schepenen wenschelijk achtten. Dezen zouden de gewenschte functionarissen bij den Raad van State voordragen, die ze dan zou examineeren en beëedigen.
Hoeveel notarissen toentertijd te Rotterdam resideerden, is niet bekend. Ook gedurende de volgende halve eeuw blijft dit vrijwel in het duister. Dan echter, spoedig na den overgang der stad tot de Staatsche zijde, komt er wat meer licht, èn wat het aantal èn wat de namen der notarissen betreft.
Toen burgemeesteren van Rotterdam 10 October 1578 aan het Hof van Holland verzochten, om Mr. Jacob Caulill tot notaris in hunne stad te benoemen, wezen zij in hun rekest er op, dat na het overgaan van Amsterdam, 8 Februari 1578, door vertrek naar die stad het aantal Rotterdamsche notarissen, tot ongerief der ingezetenen, beduidend verminderd was. "Alsoo deur d'overgaen der stede Amsterdam", zo klaagden zij, "eenighe notarissen, hen tot noch toe binnen onzer stede geneert ende onthouden hebbende, derwaerts zijn vertrocken ende deur dien den coopman mitsgaders de gemeene burger alhier dichmael ongerieft zijn, ende wy daeromme tot heuren commoditeyt ende gerieve schuldich sijn, daerinne te voorsien", daarom vroegen zij de aanstelling van een nieuwen notaris * 
Op het oogenblik, dat zij dit deden, bedroeg het aantal Rotterdamsche notarissen waarschijnlijk niet meer dan vijf. Immers de onderschoolmeester-notaris Willem Willemsz., geadmitteerd 3 April 1565, was toen reeds overleden (spoedig na Paschen 1574), terwijl vermoedelijk naar Amsterdam vertrokken waren Simon Pietersz. Brouwer, geadmitteerd 11 Juni 1567, en Jacques Raset, geadmitteerd 29 Juni 1577.
Zekerheid hieromtrent bestaat even wel niet, daar hunne protocollen verloren gegaan zijn * 
Eenige jaren later, in de vergadering der Staten van Holland en Westvriesland van 11 Maart 1594, deelden de gedeputeerden van Rotterdam mede, dat er te Rotterdam acht notarissen fungeerden "en dat syluyden hen daermede contenteerden" *  . Dit waren de volgende notarissen:
Adriaen Willemsz. van der Chijs, geadmitteerd 29 Juli 1567;
Jan van Coulster, geadmitteerd 8 Juli 1574 *  ;
Cornelis Jansz. de la Ryve, geadmitteerd 27 September 1578;
Gerrit Jacobsz. van Bremen, geadmitteerd 19 Maart 1585;
Jacob Symonsz., geadmitteerd 18 October 1585;
Balthazar van Baerle, geadmitteerd 7 April 1587;
Hendrik Jansz. van Naarden, geadmitteerd 22 October 1590;
Jason Sonck van der Aa, geadmitteerd 17 September 1592.
Alleen het protocol van Jacob Symonsz. is bewaard gebleven, de andere protocollen zijn alle verloren gegaan.
Niettegenstaande de burgers van Rotterdam aan acht notarissen genoeg meenden te hebben, moeten spoedig na 1594 ten minste drie nieuwe notarissen zijn aangesteld, namelijk Mr. Cornelis Tesmans en Esau van der Heyde *  , die respectievelijk geadmitteerd werden Juni 1595 en 18 September 1595 en Gerrit Jansz. van Woerden, wiens protocol aanvangt met 22 December 1595. Nog vóór het einde der 16de eeuw komen daar dan bij: Isaäc Dirksz. Troost, die in 1597 geadmitteerd wordt, en Willem Cornelisz. Pieck, die 27 Februari 1599 als notaris te Rotterdam fungeert, doch van November 1599-Maart 1607 op kantoor was bij den procureur Cornelis Nout en dus toen wel geen protocol gevormd zal hebben.
In de eerste helft der volgende eeuw onderging het getal der notarissen, ook in verband met den vooruitgang der stad en de vermeerdering van het aantal harer inwoners, een groote uitbreiding. Niet tot genoegen van de inhebbers, die dan ook weldra met de procureurs bij het stadsbestuur rekwestreerden met verzoek om meerdere concurrenten te weren, waarop Baljuw, Burgemeesteren en Schepenen 3 Februari 1630 besloten, om de notarissen op zestien personen te laten versterven en de procureurs op vijf. "sonder dat men verstaet yemant boven t voor-screven getal ende sonder voorgaende behoorlyck examen daernae te admitteren".
Doch ook aan dezen regel hield men zich blijkbaar niet, want in het begin van 1651 waren er reeds niet minder dan 37 of 38 * 
-
In 1658 waren er inderdaad slechts 27 notarissen meer in functie, welk getal in 1670 zelfs tot 23 gedaald was. Doch blijkbaar ging het versterven het stadsbestuur niet snel genoeg. Ook werd, naar het schijnt, met de bepalingen op de admissie van nieuwe notarissen we! eens de hand gelicht. Hoe het zij, 30 Januari en 6 Februari 1680 namen de heeren van de Weth nogmaals een resolutie op het stuk van het versterven der notarissen tot een zeker aantal. Ditmaal was het wel een "zeer salutaire", zooals Schout en Schepenen het uitdrukken in hun besluit van 7 Februari van hetzelfde jaar, waarin zij bepalingen tegen overtreding van genoemde resolutie vaststelden. En inderdaad, het waren geen halve maatregelen, die zij namen, "In cas", zoo decreteerden zij, "buiten verwagtinge mogte komen te gebeuren, dat by yemant tegen de voorsz. resolutie eenigh notaris off notarissen binnen dese stad ende de jurisdictie van dien wierden geadmitteert alhier te resideren ende de functie als notaris te exerceren, dat in sulcken gevalle by dese Kamer op alle de acten ofte instrumenten by sodanigh notaris ofte notarissen gemaeckt egeen reguard genomen ofte regt op gedaen werden sal, maer door den secretaris dese vergaderinge waernemende moeten werden in stucken gescheurt".
In 1700 waren er echter reeds weer 28 notarissen in functie en in 1745 zelfs 32. Weer greep toen het stadsbestuur in. Den 21sten December van dat jaar besloot het, in aanmerking nemende, "dat het notarisschap eene bediening is, waaraan seer veel is gelegen, dat hetselve werd geëxerceerd met de uiterste probiteid en eerlijkheid, en dienvolgende d'oplettentheid van de regeering vereischt, dat diegeene, dewelke daarmede werden begunstigt, ook occasie werd gegeven, om, haer post wel waarnemende, op een behoorlijke wyse daerdoor haer bestaan en ordentelijke kostwinning te kunnen erlangen, hetwelk door het voorsz. groot getal by seer veele nu niet kan geschieden, so, als by examinatie van de weinige actens, in ses maanden voor haar gepasseerd, klaerlijk is komen te consteren", om het aantal notarissen tot zestien te laten uitsterven *  . Het begon dadelijk met het onvervuld laten van de vacature, ontstaan door het overlijden van notaris Van den Abeele.
Als overgangsmaatregel stelde de Vroedschap het volgende voor: "Dog in agting genomen zijnde dat, ingevalle geen notaris zoude werden aangesteld, voordat het getal tot vijftien was uitgestorven, aen d'eene zyde de jongeluyden zouden werden gedesanimeert om zich bekwaem te maken, om in tijd en wylen het notarisschap te kunnen bedienen als onseker zijnde, of zy wel ooit daertoe zouden kunnen geraken, als lange jaren kunnende aanlopen, voordat het geval quam te exteren dat er zeventien waren gestorven, en aan d'andere zyde dat als er geen eerder werden aengesteld, en van de tegenwoordige in tijd en wylen door ouderdom of andere indispositiën geen lust hadden, om veel werk meerder te doen, d'ingezetenen deser stad daardoor souden worden benadeeld van geen expeditie nae behooren te kunnen erlangen en bedient soo als behoort,
soo is om in het een en ander te voorzien goedgevonden, dat als er vijf notarissen sullen zijn komen t' overlyden, alsdan ene plaets sal werden gesuppleert en vergeven door den heer Burgemeester, in welkers quartaal die vijfde is komen te sterve, en dat zulx soo van tijd tot tijd nae het overlyden van de vijfde zal werden geobserveerd, totdat het getal tot sestien zal zijn uitgestorven, waarnae by 't overlyden van een van die sestien desselfs plaets wederom zal werden vergeven en daerover gedisponeert by dien heer Burgemeester, in welkers quartaal die vacature alsdan sal komen te vallen".
Nu scheen dit besluit toch werkelijk effect te sorteeren, want in 1800 was het aantal notarissen inderdaad tot zeventien gedaald. Bij de wet op het notariaat van 25 Ventôse an XI werd het maximum op twintig bepaald, welk aantal in 1889 inderdaad bereikt was. Tegenwoordig (1919) bedraagt het voor de gemeente Rotterdam (met Delfshaven, Kralingen, Charlois en Katendrecht) 48. Dat is dus voor een stad van meer dan een half millioen inwoners voor elken notaris ongeveer 12000 inwoners.
Benoeming der notarissen
Ten tijde van de Republiek der Vereenigde Nederlanden geschiedde de benoeming der notarissen op de volgende wijze.
Wanneer iemand dong naar een notarisplaats in een stad of ambacht, dan vervoegde hij zich om brieven van recommandatie bij het stadsbestuur respectievelijk den ambachtsheer. In het eerste geval schreven Burgemeesters en Regeerders aan Gecommitteerde Raden onder verklaring of overlegging van getuigschriften "van bequaemheyt ende geschicktheyt" *  . met verzoek dat de Staten, na 1795 het Uitvoerend Bewind der Bataafsche Republiek, den sollicitant, na afgelegd examen, brieven van creatie zouden verstrekken. Gelukte dat, dan moest hij geadmitteerd worden door het Hof van Holland, na 1795 door het Hof van Justitie, waarna het stadsbestuur hem consent tot de uitoefening der notarieele praktijk binnen de stad en hare jurisdictie moest verleenen *  . Eerst dan was de sollicitant volkomen gerechtigd om zijn functie waar te nemen * 
Wat de eischen van het examen betreft, die zijn ons o. a. uitvoerig medegedeeld door den Rotterdamschen notaris A. van Aller in zijn Notarius publicus ofte inleydinge tot een open-baren beamptschryver mitsgaders het examen der notarissen, Rotterdam 1671 *  . Verder moest de benoemde beloven zich te zullen houden aan de instructie van 11 Juni 1670 (met de nadere resoluties van 19 Januari en 7 Februari 1708), door de heeren van de Weth gemaakt, en daarenboven een eed van zuivering doen, dat hij geen geld gegeven of beloofd had, om het ambt te krijgen *  . Dat althans vóór 1670 dit laatste euvel wel eens voorkwam, bewijst de formeele acte van correspondentie van 21 Mei 1669, die hierachter als Bijlage is afgedrukt * 
In den regel werd geen nieuwe notaris benoemd, vóór een ander zijn ambt had neergelegd of zooals de uitdrukking veelal luidde "van zyne admissie alsvoren vrywillig had afgestaen''. De Rhenensche notaris Johan Gilpin kreeg bij zijne overkomst naar Rotterdam alleen consent "by provisie ende (ad) interim"; ook Adriaen van den Dam werd 28 Januari 1710 wel is waar gemachtigd om tijdelijk het notarisambt voor Johan de Rochefort waar te nemen, doch kreeg 29 April 1713, toen een ander notaris overleden was, pas consent, terwijl het volgend jaar, toen De Rochefort stierf een ander candidaat als diens opvolger toegelaten werd.
Het was in Holland geen vereischte, dat een notaris lid van de Gereformeerde kerk moest zijn: in het register der creatiën van notarissen door de Staten, 1621-1791, dat in het Algemeen Rijksarchief berust, wordt omstreeks het midden der 18de eeuw de religie van den notaris er veelal bij aangeteekend, waaruit blijkt, dat velen b.v. tot de Remonstrantsche *  . en Luthersche gemeenten behoorden.
Te Rotterdam hebben ook verscheiden Katholieke notarissen geresideerd, maar den 13den Mei 1734 bepaalden de Staten van Holland en Westvriesland, dat voortaan geen notarissen, "professie doende van de Roomsch-Catholyke Religie ", meer zouden worden aangesteld *  . Door de Staatsregeling van 1798 werd dit besluit te niet gedaan.
Onder koning Lodewijk kwam er verandering in de wijze van benoeming dor notarissen. Bij Koninklijk Decreet van 25 Mei 1807 bepaalde hij, dat in het vervolg de notarissen, op voordracht van de landdrosten en van den minister van justitie, onmiddellijk door hemzelf benoemd zouden worden en evenals de reeds benoemde, die allen in functie bleven, den titel van Koninklijk notaris zouden voeren.
Ten slotte zij hier nog vermeld, dat volgens Statenbesluit van 11 November 1747 en 28 Januari 1748 elke notaris zijne bediening persoonlijk moest waarnemen, "of dat anders doende verstaan zal werden ipso facto daarvan te wesen vervallen". Op dezelfde wijze verviel zijn bevoegdheid, indien hij zich niet hield aan het voorschrift om vaste woonplaats te hebben binnen de muren van de stad zijner residentie.
Kamer der notarissen.
Hoewel het niet strikt noodig is, schijnt het mij toch wel wenschelijk om in deze Inleiding ook de oprichting van de Rotterdamsche Kamer der notarissen met een enkel woord te vermelden.
Bij arrest van 24 December 1803 (2 Nivôse an Xll) was voorgeschreven, dat bij elke rechtbank van eerste instantie een Kamer van notarissen in dat ressort moest worden opgericht. Deze Kamer van notarissen zou in de eerste plaats dienen "pour leur discipline intérieure", doch volgens art. 6 van genoemd arrest zouden daar ook lijsten van de minuutakten van de opgeheven notarisplaatsen gedeponeerd worden.
Te Rotterdam werd de Kamer van notarissen 25 Mei 1811 geconstitueerd. Zij aanvaardde toen hare werkzaamheden en hield aanvankelijk hare vergaderingen in een der vertrekken van "het logement" de Doelen aan het Haagscheveer, daarna in het huis aan de Geldersche kade, dat ook thans (1919) nog bij haar in gebruik is. De eerste vergadering van al de notarissen van het arrondissement Rotterdam werd er 1 Mei 1812 in gehouden.
Geen protocol houden en valsche akten opmaken
Doch er waren ergere dingen dan nalatigheid bij het inbinden of indiceeren. Het kwam zelfs voor, dat in het geheel geen protocol gehouden werd en - nog minder te tolereeren - dat een notaris met opzet zijne akten vervalschte.
Reeds Keizer Karel V had bij plakkaat van 21 Maart 1524 behalve tegen "simpelheyt ende onabelheyt" der notarissen ook maatregelen genomen tegen fraude, die toen zoover ging, dat zij in hunne akten reeds overleden personen als getuigen lieten optreden, terwijl hij tevens voorschriften had gegeven voor het geval, dat sommige notarissen "geen registeren, noten ende prothocollen" hielden. Bij plakkaat voor 4 October 1540 art. 9 was wederom voorgeschreven, dat de notarissen goed register en protocol moesten houden en de minuutakte onderteekend moest worden door comparanten, getuigen en notaris *  . Maar ook in de 17de eeuw kwamen dergelijke overtredingen nog herhaaldelijk voor.
In 1652 werd notaris Arent van der Graef door Burgemeesteren "gedeporteert van sijn notarisampt", omdat hij Cornelia de Lint een testament had laten maken, terwijl zij "doot in de kist lach" *  . In 1662 werd notaris Jacob d'Oude wegens valschheid in het passeeren van een akte van zijn ambt ontzet en gelast "het teycken daervan in te trecken", alsmede veroordeeld tot een boete van twee honderd gulden * 
Eenige jaren later, in 1670, gelastten Schepenen, dat een door notaris Isaäc de Roy verleden valsche akte "voor sijn oogen door een dienaer van de Justitie sal werden aen stucken geschuert", terwijl den delinquent tevens verboden werd het notarisambt verder uit te oefenen *  .
In de 18de eeuw kwamen eveneens misbruiken nog herhaaldelijk voor. Toen in 1733 het protocol van den overleden notaris Gommer van Bortel naar het stadhuis was overgebracht, ontdekte de stadssecretaris, dat de meeste akten door Van Bortel niet onderteekend waren. De vraag was nu, hoe hij, de secretaris, zich te gedragen had, als uit dit ongewaarmerkte protocol extracten verlangd werden, waarop Burgemeesteren tot bescheid gaven, dat hij die dan maar moest uitgeven van de ongeteekende akten "sooals die sijn leggende", doch vooral zorg moest dragen, dat de zaak niet aan het licht kwam * 
Het toezicht op de notarissen door de stadssecretarissen of, zoals zij in deze functie deftig genoemd werden, de protonotarissen, bleek dus niet aan de verwachting te beantwoorden. Sommigen deden hun contrôleplicht blijkbaar elk jaar zorgvuldig en teekenden dit dan in het protocol aan b.v.: "Op huyde den 3 Juny 1782 hebbe ik onderg. als protonotaris der stad Rotterdam de actens van den not. Daniël Meesters geëxamineert en alle dezelve, sedert den 3 January 1778 tot 19 December 1778 voor hem gepasseert, bevonden te zijn gezegelt conform de laatste ordonnantie op 't zegel geëmaneert. A. W. Beelaerts" *  .
Anderen echter controleerden alleen "by occasie", tengevolge waarvan in het nazien der notarieele protocollen een aanmerkelijke achterstand kwam. Daarom werden in het laatst van 1801 de Rotterdamsche stadssecretarissen gelast, om de protocollen van alle notarissen binnen de gemeente tot ultimo December 1800 te examineeren vóór den laatsten Februari 1802 *  .
Werd het toezicht bemoeilijkt door den notaris zelf, dan stond het stadsbestuur den controleerenden secretaris bij. Toen in het begin van 1804 de notaris Manta Meyndert van der Loeff zijn protocol van de vorige jaren niet in behoorlijke orde had, besloten Wethouderen hem te vermanen en desnoods te gelasten, dit vóór of uiterlijk op 31 Mei 1804 te bewerkstelligen en den secretaris de gelegenheid te geven, om dit vóór het einde van gemelden termijn te kunnen examineeren * 
Royeeren of wijzigen van akten
Op verzoek van de betrokken comparanten kon een akte geroyeerd of gewijzigd worden. Dergelijke aanvragen aan den notaris, om zekere akte "op sijn protocol ofte kantoor" te royeeren, zijn nog bewaard * 
Een merkwaardige akte van royement (verbranding) van een testament komt voor bij notaris Johan van Lodenstein Miscell. 1 October 1700.. Natuurlijk moesten alle comparanten deze royeering of wijziging goedvinden. Was echter de notaris inmiddels overleden, dan werd de zaak moeilijker. Doch bleek onomstootelijk, dat de betrokken akte alleen door een misverstand verkeerd geredigeerd was, dan konden Burgemeesters en Regeerders van Rotterdam machtiging verleenen, om de gewenschte wijziging aan te brengen. Zoo gaven zij 7 Juni 1768 den stadssecretaris opdracht, om in het protocol van den overleden notaris Bastiaan van Pause in een testament van 24 December 1764 den naam van een der testateuren Guilhelmus Asselhout te veranderen in Wilhelmus Asseloot, nadat hun bij onderzoek gebleken was, dat deze inderdaad Asseloot en niet Asselhout heette.
Bijlagen
Extract uit het protocol vam den notaris Nicolaas van der Hagen geresideerd hebbende te Rotterdam. reg. no. 1 folio 1
Alzoo mijn heeren mijn E. heeren Borgemeesteren deser stadt Rotterdam - nae requisitie - door hare goede gonste ende genegentheyt my verleent hebben briven van recomandatiën ende nominatiën ten eynde dat ick soude toegelaten worden tot het examen om gecreërt te worden tot het ampt ende offitie van notarisschap ten Hove ende Staten van Hollandt, Soe hebbe ickt tselve achtervolgt opden 24en Febreary opt het examen te comen voor die Commissarissen van de Rolle, dwelcke my des anderen dachs den eedt voorgehouden hebben ende my met volcomen commissie geadmitteert hebben tot het notariusoffitie ende gelijck in de articulen van den eedt verschyden poincten zijn, soo isser mede dese dat men moet deuchdelijck prothocol houden van alles wes notariël passeert,
Soo hebbe ick in den name Godts dese beginnen te schryven tot dien eynde dat alles recht ende ter goeder trouwen mach geschiden ende in sekere prothocol bewaert blyven tot ellicx recht ende gerieff by faulte van bewaringe ofte veranderinge; verhoope sullix nae mijn gedane belofftenisse metter hulpe Godes in alles trouwelijck ende nerstelijck te betrachten dat ick niets niet en sal attenteren bij mynen weten dan de rechte waerhijt ende het tzelve met goeder conciënten te bewaerheden.
Lijst van Rotterdamsche notarissen, van wie geen protocol aanwezig is, zooveel mogelijk chronologisch gerangschikt naar de datums van admissie door het Hof van Holland * 
Vele van deze verloren akten zijn geregistreerd in de boeken van de Weeskamer (testamenten en huwelijksvoorwaarden).
Datum van admissie: -. Naam: J. C. Loscopius. Opmerkingen: Fungeert 1455, 1486.
Datum van admissie: -. Naam: Johannes Allardi. Opmerkingen: Fungeert 1469, 1476 * 
Datum van admissie: -. Naam: Mr. IJsbrant Solerius. Opmerkingen: Fungeert 1522.
Datum van admissie: Oct. 1525. Naam: Adriaen Alewijnse. Opmerkingen: Fungeert 1542 * 
Datum van admissie: Oct. 1525. Naam: Mr. IJsbrant Jacob Woutersz. Opmerkingen: Fungeert 1542 * 
Datum van admissie: 2 Jan. 1538. Naam: Mr. Eeuwout Symonsz.
Datum van admissie: -. Naam: Jan Adriaensz. van der Goude. Opmerkingen: Fungeert 1550.
Datum van admissie: 19 Juli 1552. Naam: Dirck Kopel van Waesselaer (of Waetselaer).
Datum van admissie: 6 Juli 1555. Naam: Dirck Jansz. van der Burch.
Datum van admissie: 18 April 1556. Naam: Johannes Jansz. de la Ryve. Opmerkingen: Eerst notaris te 's-Gravenhage, fungeert te Rotterdam 1559, 1566.
Datum van admissie: 11 Sept. 1561. Naam: Jan Willemsz. (Vlaminck). Opmerkingen: Fungeert 1599.
Datum van admissie: 3 April 1564. (stilo curiae). Naam: Guilielmus Guilielmi (Willem Willemsz.). Opmerkingen: Overleden in 1574 spoedig na Paschen * 
Datum van admissie: 2 Oct. 1564. Naam: Mr. Hugo van der Goes. Opmerkingen: Vlucht in 1572.
Datum van admissie: 11 Juni 1567. Naam: Simon Pietersz. Brouwer.
Datum van admissie: 29 Juli 1567. Naam: Adriaen Willemsz. van der Chijs. Opmerkingen: Overleden 20 Sept. 1608.
Datum van admissie: -. Naam: Adriaen Jansz. Coerendijck. Opmerkingen: Fungeert 1568.
Datum van admissie: 24 Oct. 1570.
Extract uit de resolutiën en dispositiën van burgemeesteren en regeerders van Rotterdam, met een lijst van de naar het raadhuis overgebrachte protocollen, 11 juni 1670. reg. No 2. fol. 119 verso
den 11en juny 1670.
Hebben d' heeren Burgermeesteren alle de notarissen residerende binnen dese stad ende haer ampt aldaer exercerende geordonneert ende belast - alsoo, by den placate van de Ed. Groot Mogende Heeren Staten van Holland ende Westvriesland van date den XXIIen April jongstleden, is geordonneert ende gestatueert dat telckens, soo wanneer een notaris binnen dese landen sal komen te overlyden, alle desselfs protocollen, minuten, acten ende papieren voor hem als notaris gepasseert ofte te syne functie specterende, egeene van dyen uytgesondert, sullen moeten worden gebragt ter Secretarie van de stad, dorp, plaetse ofte geregte, daer denselven notaris syne residentie gehad heeft ten fine ende op de boete breeder in den voorssegde placate verhaelt - dat syluyden notarissen tot exacte observantie ende nakominge van de goede meyninge van Hare Ed. Groot Mogenden in den voorssegde placate vervatet, geen actens ter wereld voor haer als notaris voortaen en sullen hebben te passeren als die ten minsten op een vel van twee geheele bladeren in folio wesende goet schrijffpapier van ordinaris formaet sullen wesen geschreven opdat d' selve bequaem souden sijn omme ingebonden te kunnen werden.
Ende ten eynde de gemelte protocollen, minuten, acten ende papieren in goede ordre ter Secretarie alhier t syner tijd souden konnen werden overgenomen ende vervolgens te beter ende seeckerder geconserveert ende beweert ter plaetse opt Raedhuys daartoe te approprieren, dat syluyden deselve protocollen, minuten, acten ende papieren beginnende van den dagh aff dat sy haerluyder ampt als notaris hebben beginnen te exerceren tot den 1sten January XVIc seventig toe, binnen den tijd van drye rnaenden van huyden aff te reekenen, in bequame boecken ende ten minsten in schaepen parchemin, op d'ordre van de respective datums ende mit de gerequireerde distinctie van de nature van de gemelte minuten, acten ende papieren behoorlijck sullen hebben te doen inbinden ende voor ofte achter yeder boeck nae dat t selve ordentelijck sal wesen gefolieert, een pertinenten ende bequamen index, tafel ofte aenwyser, ordine alphabetico, van de namen van de comparanten in de respective instrumenten ende acten, alsmede de namen van de requiranten van attestatien, te maken.
Dat voorts de gemelte notarissen alle acten, geene van dyen ter wereld uytgeseyt, die by henluyden sedert den 1sten Januari seventigh jongstleden albereyts sijn gepasseert ende noch sullen worden gepasseert, alle jaren precise op den 1sten January, in voegen boven verhaelt, sullen hebben te doen inbinden, het welcke mede by alle notarissen, die nae date deses sullen worden geadmitteert haar ampt binnen de voorssegde stad te exerceren, in voegen boven verhaelt, sal moeten worden achtervolgt ende naegekomen.
Alles op peynen dat den notaris ofte notarissen, die bevonden sal ofte sullen worden alle t geent voorszegd is, ofte eenigh poinct van dyen met der daed niet naegecomen ende achtervolgt te hebben, maer daervan in eenigen deele ge bleven te sijn in gebreeke, haarluyder ampt als notaris binnen dese stad nae date van dyen niet langer en sal ofte sullen vermogen te exerceren ende echter alle t selve gehouden sijn te presteren ende nae te komen, Sullende de gemelte notarissen, opdat t gunt voorszegd is in alle seekerheyt soude mogen werden geeffectueert ende volbracht, gehouden sijn t allen tijde, des versocht sijnde, hare protocollen, minuten, acten ende papieren te exhiberen ende verthonen aen Mrs. Willem van der Aa ende Willebord Vroesen, secretarissen der voorszegde stad, omme d' selve te visiteren ende te letten, off de voorszegde ordres ende bevelen bij de respective notarissen sijn achtervolght ende naegekomen. Tot het doen van welcke voorszegde visite van de gemelte protocollen, minuten, acten ende papieren t allen tijde, ten fine boven verhaelt, de voornoemde secretarissen geauthoriseert woorden mits desen. Present alle de Burgermeesteren.
Register ofte Notitie van de protocollen, minuten, acten ende papieren, dewelcke ingevolge ende tot nakominge van den placate van de Ed. groot Mog. Heeren Staten van Hollant ende Westvriesland, van date den 22sten April 1670, ende andersints gebracht sijn ter camera door de heeren Burgermeesteren ende Regeerders der Stad Rotterdam daertoe op het Raedhuys derselver Stad - de secretarie daertoe te cleyn sijnde - gedaen approprieren, boven d' heeren Burgermeesteren ende Regeerders voornoemt ende Weesmeesterencameren omme aldaer ten behoeve van een yder, die daeraen soude mogen wesen gelegen, geconserveerd ende bewaert te werden.
1.
Het Protocol van Jacob Simonsz. za(liger ged(achten) bestaende in 22 Quohieren van Miscellanea, beginnende van no. 1 aff tot no. 22 toe.
2.
Het Protocol van Jacob Duyffhuysen den Oude za(liger) ged(achten) bestaende in 27 Quohieren, te weten: 20 van den beginne in gebonde Quohieren gesc(hreven), ende de resterende 7 nae t overlijden van Jacob Duyffhuysen de Jonge desselffszoon, gedaen inbinden, beginnende van no, 1 aff tot 27 toe.
3.
Het Protocol van Willem Jacobsz, za. ged. bestaende in 23 Quohieren van Miscellanea, beginnende van n°. 1 aff tot 23 toe.
4.
Het Protocol van Jan van Aller Andriesz. za. ged. bestaende in 23 Quohieren eerst 2 van Miscellanea ende dan vervolgens van Testamenten etc., Inventarissen, Contracten, Procuratien, Attestatien, Transporten ende Insinuatien, tot 23 toe.
5.
Het Protocol van Jan Leendertsz. Schouten deser werelt overleden, bestaende in een Quohier van Miscellanea,
6.
Het Protocol van Arnout Wagensvelt za. ged. bestaende in 19 Quohieren van Testamenten, Houwelycxe voorwaerden, Coop- ende Huercedullen, Obligatien, Procuratien, Attestatien ende voorts Miscellanea, beginnende van no, 1 aff tot 19 toe.
7
Het Protocol van Adriaen Kieboom den Ouden za. ged. bestaende in 9 Quohieren van Miscellanea, beginnende van n°. 1 tot 9 toe.
8.
Het Protocol van Jacob Duyffhuysen
Extract uit de resolutiën en dispositiën van burgemeesteren en regeerders van Rotterdam, met een verslag van de door de stadssecretarissen gedane inspectie der notarieele protocollen. 29 januari 1671 reg. no . 2 fol. 126 verso. den 29en januari 1671
Mrs. Willem van der Aa ende Willebord Vroesen Secretarissen dezer Stad als by acte van de Heeren Burgemeesteren van date den Xlen Junij 1670 hyervoren geregistreert sijnde geauthoriseert, omme te visiteren de prothocollen, minuten, acten ende papieren van de geadmitteerde notarissen binnen dese Stad, ende te letten, off de ordre ende bevelen henluyden by de voorszegde acte gegeven, sijn achtervolgt ende naegekomen, ende successivelijck van tijd tot tijd sullen worden achtervolgt ende naegekomen, hebben aen de Heeren Burgermeesteren gerefereert, dat hen by alle de voorszegde notarissen sijn geexhibeert henluyder protocollen, minuten, acten ende papieren, beginnende soo sylieden affirmeerden, van den dage aff dat syluyden haer ampt als notaris binnen de voorszegde Stad hebben beginnen te exerceren, tot den 1en Januarij XVIc seventigh toe, alle in bequame boecken ende ten minsten in schapen parchemin ingebonden, sijnde vóór ofte achter yeder Boeck ofte Quohier een Index, Taefel ofte aenwyser, conformelijck d'intentie van de gemelte Heeren Burgermeesteren, gemaeckt, uijtgeseyt alleen dat eenige weynige notarissen, die wel de grootste practijcque sijn hebbende, noch waeren defectueus in het reguard van het voltrecken van de voorszegde index, tafel, ofte aenwyser, ende dat de prothocollen van Wylen de notarissen Jacobus Delphius, ende Adriaen van Aller sedert den Xlen Juni 1670 vóór de expiratie van drie maenden in de voorszegde ordre ende bevelen gemelt, deser wereld sijnde komen te overlyden, in voegen boven verhaelt, door ordre van Haer Ed. Achtb. wierden geadapteert ende gereet gemaeckt, omme 't selve gedaen sijnde, overgenomen, ende ter plaetse op het Raedhuys daertoe geapproprieert, geconserveert ende bewaerd te werden.
Dat mede syluyden Secretarissen alle de voorszegde notarissen, ende diegene, dewelcke der voorszegden overledenen notarissen plaetsen waren representeerende, ondervraegt hebbende wat prothocollen van andere notarissen, die off overleden,
Waerop sijnde gedelibereert, is alle 't gunt voorszegd is aangenomen voor notificatie, ende omme te strekken ad perpetuam memoriam: opdat een yeder by de conservatie van alle de voorszegde protocollen geinteresseert sijnde daervan soude kunnen werden gedient. Ende is mitsdyen de verrichtinge van de gemelte Secretarissen en de moeyte by henluyden daerinne genomen gelaudeert ende geapprobeert, ende wijders goet gevonden ende verstaen deselve Secretarissen, in gevolge van de acte van authorisatie van den Xlden Juny XVIc seventigh op henluyden verleent ende hyerboven gemelt, als noch seer ernstelijck te recommanderen, omme 't allen tijden ende tenminsten ééns 's jaars, ten huyse van alle de Notarissen binnen dese Stad geadmitteert sijnde, om haer ampt aldaer te mogen exerceren, te gaen visiteren, off ook de ordres ende bevelen van de heeren Burgermeesteren in de voorzegde acte vervaetet succesivelyck ende van tijd tot tijd by de opgemelte Notarissen werden achtervolgt ende naegekomen, ende van hunne bevindinge ten minsten alle jaere ééns aan de gemelte heeren Burgemeesteren rapport te doen, ende voorts goede sorge te dragen, dat de protocollen, minuten, acten ende papieren, die op het Raedhuys ter plaetse hyerboven gemelt, sullen werden gebracht, aldaer, soo veel doenlijck, werden geconserveert ende bewaerd, ende een yeder, die sulx aangaet, daervan gedient. Actum utsupra, present alle de Burgermeesteren.
Extract uyt de generale keure en ordonnantie der stad Rotterdam, houdende ordonnantie op het notarisschap. tot Rotterdam. bij Pieter van Waasberge, ordinaris drukker der voorsz. stad 1720.
Ordonnantie op het notarisschap
Art. I.
De Notarissen sullen alle Actens, voor haer gepasseert werdende, ten eynde van elk jaer uyterlijk voor de expiratie van February, moeten hebben doen binden in een Boek of Protocol.
II.
Sullen ook op dat Boek moeten maken een pertinenten Index, ordine alfabetico, en hetselve mede moeten gedaen hebben in de maend van February.
III.
Het een en het ander op een boete van vijf en twintig guldens, en nog drie guldens te verbeuren voor yder dag na de expiratie van de maend van February.
IV.
Ten aansien van het kleyn Zegel sullen de Notarissen sig in alles preciselijk na de Ordonnantie van de Heeren Staten daerop gemaekt of nog te maken moeten reguleren. Op de boete en poene daerby gestatueerd.
V.
De Secretaris, de Secretarye waarnemende, is geauthoriseert en gelast om de Actens en Protocollen van de Notarissen te inspecteren, en te sien of deselve Actens behoorlijk gezegelt, geprotocolleert en met een Index voorsien zijn.
VI.
De Notarissen hun Ampt afstaende, of sig metterwoon begevende buyten dese Stad, sullen gehouden zijn alle hunne Actens, Protocollen, en specialijk mede die van het loopende jaer, behoorlijk gesegelt, geprotocolleert en van een goeden Index voorsien, over te brengen ter Secretarye der Stad. Ingevalle van vertrek buyten dese Stad, vóór hun vertrek. En bij afstand of quiteren, binnen ses weken daerna. Op poene van sulks niet doende vóór het vertrek, of ses weken respectivelijk, te verbeuren hondert guldens; langer als drie maenden daerboven wagtende, dog geen ses maanden, twee hondert guldens; en langer als ses maanden in gebreke blyvende, duysent guldens.
VII.
Alles onvermindert de obligatie om de voorsz. Protocollen en Actens ter Secretarye te moeten overbrengen.
VIII.
Bij overlyden van een Notaris sullen degeene, die de bewaringe of het bewind van het Sterfhuis sullen hebben, gehouden zijn, binnen ses weeken na het overlyden, het Protocol ter Secretarye deser Stad
Extract uit de resolutiën van het college van de weth van Rotterdam
Gedelibereert zijnde op het geproponeerde van Haer Ed. Groot Achtb. de heeren Burgermeesteren is goet gevonden ende verstaen te ordonneren gelijck Haer Ed. Groot Achtb. ordonneren by dese, dat wanneer eenig notaris binnen dese stad en jurisdictie van dien sijn notarisampt komt te quiteren, hetselve te verliesen ofte dese stad en jurisdictie van dien metter woon te verlaten, deselve gehouden sal wesen syne protocolle van de actens binnen deze stad en jurisdictie van dien voor hem gepasseert, sonder uytstel en voor sijn vertreck respective ter secretarie binnen dese stad te brengen op poene, dat dewelcke voor sijn vertrek en binnen ses weeken te rekenen t sedert den dag dat hy t selve gequiteert ofte verlooren heeft respective, sijne protocolle als voeren niet overleverende, verbeuren sal één hondert gulden ende binnen drie maenden niet overleverende twee hondert gulden ende de overlevering niet doende binnen ses maenden op de boete van één duysent gulden en egter gehouden sijn syne prothocolle als vooren ter secretarye te brengen, welcke boetens sullen werden geappliceert, twee derde voor den heer Officier deser stad die de calange doen sal, een derde voor den armen.
Wyders dat alle de notarissen binnen deze stad en jurisdictie van dien practiserende voor dese vergaderinge sullen werden ontboden, den inhoude deser resolutie bekent gemaekt en gelast sig daerna te reguleren en baere belofte daerop affgevergt.
Ende is mede geresolveert, dat by dese vergaderinge geene admissie aen eenige notarissen sullen werden verleent en de heeren Burgermeesteren versoecken gelijck haer Ed. Groot Agtb. versogt werden by desen mede geen admissie te verleenen als met de voorsegde clausule en limitatie onder belofte van t selve te sullen nakomen en dat t selve in de actens van admissie werde geïnsereert.
Extract uit het protocol van den notaris Isaacq Troost geresideerd hebbende te Rotterdam. register No. 8 akte 253
Op huyden den XXlen Mey 1669 compareerden voor my Isaäcq Troost notaris publijcq, Zeger van der Brugge ende Jacob Overheul mede notarissen, dewelcke met den anderen verclaren te sijn overcomen ende geaccordeert dat den voornomden Zeger van der Brugge sal desisteren, sulcx hy doet by desen ten behoeve van den voornomden Jacob Overheul, van het notarisampt t' gunt hy binnen deser stadt is exercerende, belovende sijn devoir te doen ten eynde den voornomden Overheul in de voorschreve plaatse sal succederen ende hier ter stede werden geadmitteert, waarvoren den voornomden Jacob Overheul belooft te betalen, soo haast hy alhier sal wesen geadmitteert ende vryheyt sal hebben becomen omme het voorsegde notarisampt alhier te exerceren, de somme van twaalf hondert guldens * 
Geschiedenis van het archief
Inhoud en structuur van het archief
Verantwoording
Geschiedenis van de ordening en de beschrijving
Aanwijzingen voor de gebruiker
Opmerkingen openbaarheidsbeperkingen
Kenmerken
Datering:
1585-1811
Beschrijving:
Inventaris van de archieven van de Notarissen te Rotterdam en daarin opgegane gemeenten, 1585-1811
Auteur:
E. Wiersum
Plaats van uitgave:
Rotterdam
Jaar van uitgave:
2005
Overheid of particulier:
Overheid
Trefwoorden:
Categorie:
Archiefvormer(s)::
 
Archiefvormer Notarissen Rotterdam
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS

Ontworpen door Henk Kuiper Webs

Door de site te te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op "toestaan cookies" om u de beste surfervaring mogelijk te maken. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten