Theo Laseroms

Theo Laseroms

De mannen van 1970: Theo Laseroms

door Marcel Verhoef

Oorspronkelijk gepubliceerd in Streekarchief Eiland IJsselmonde Kwartaalbericht Winter 2020 (jaargang 35, nummer 4)

Matheus Wilhelmus Theodorus (roepnaam Theo) Laseroms werd op 8 maart 1940 in Roosendaal geboren. De zoon en enigst kind van Johannes Adrianus Laseroms, opperman (en later verzekeringsagent) en Adriana Petronella Hellemons groeide op in het Brabantse dorp.

Op 28 juni  1962 trad hij in het huwelijk met Cornelia Elisabeth Breugelmans (geb. 1941). Uit dit huwelijk werd een zoon geboren. Na echtscheiding op 20 december 1967, trad hij op 30 januari 1968 in het huwelijk met Hermina Epiphania van Gool (geb. 1946). Uit dit huwelijk werden twee dochters geboren.

Theo begon met voetballen in de straten van Roosendaal. Theo werd veelvuldig opgepakt door de politie en mocht het bureau pas weer verlaten als hij strafregels had geschreven:

‘Ik mag nooit meer voetballen op straat’

Kampioenselftal RBC 1957; Boven : Piet van Osta, Theo Adan, Jo van Loon, Jan van de Water, Cees ‘Tufke’ van Haperen en Frans Tausch (trainer). Onder: Cees Cools, Theo Laseroms, Adrie Roks, Piet Bruyninckx, Cees Vermunt en Dick de Boef.

Toch deed hij dit iedere keer weer. De ouders van Theo waren dan ook blij dat hij op negenjarige leeftijd mocht gaan voetballen voor RBC. Hier ontwikkelde Theo zich tot een felle rechtsbuiten, die als zestienjarige al een basisplaats had afgedwongen bij de 2e divisionist. In het seizoen 1956/1957 werd RBC kampioen van de 2e divisie B en promoveerde naar de 1e divisie. Het kampioenselftal bestond louter uit jongens uit eigen kweek. Zoals Piet van Osta, Adrie Roks, Jan van Gorp, Theo Laseroms, ‘Tufke‘(Kees) van Haperen, Piet Bruyninckx, Cees Cools, en Cees Vermunt alias ‘Ceesje Munt’. De laatste drie werden ook wel The Big Three genoemd. Het elftal verdiende de promotie in de laatste wedstrijd door een 5-0 op DHC.

Theo Laseroms in het tenue van NAC

In 1958 werd de semi-prof Laseroms aangekocht door NAC. Bij deze Bredase eredivisieclub ontwikkelde hij zich tot een voorhoedespeler van klasse. Hij kreeg al snel een vaste plaats in het team van Jong Oranje. De voetbaltop bereiken was volgens hem alleen mogelijk wanneer men bij een club in de randstad speelde. Zijn overgang in 1963 naar Sparta betekende daarom voor Laseroms een belangrijke promotie. Bij de Rotterdamse club verwierf hij nationale faam. Door zijn bikkelharde speelstijl, zijn ijzersterke wedstrijdmentaliteit en zijn opvallende verschijning – kort van stuk, brede schouders en korte benen – kreeg hij al snel de bijnaam ‘Theo de Tank’.

Ook bij Sparta stond Laseroms in de voorhoede, totdat trainer Wiel Coerver besloot hem als centrale verdediger op te stellen. ‘Al draagt een trainer mij op om te gaan keepen, dan doe ik dat ook’, zei hij daar zelf over.

In 1965 speelde Laseroms zijn eerste wedstrijden in het Nederlands elftal: op 7 april tegen Noord-Ierland en op 4 november tegen Zwitserland in de voorrondes voor het wereldkampioenschap. Oranje stond er slecht voor en bondscoach Denis Neville stelde hem daarom op in de spits. Hij zocht in Laseroms ‘een soort met dynamiet geladen speerpunt’ (NRC , 15-11-1965). De opzet mislukte: Nederland werd uitgeschakeld. Wel scoorde Laseroms tegen Zwitserland het enige doelpunt voor Nederland, met een fraaie kopbal uit een voorzet van Sjaak Swart.

In die jaren konden nog weinig profvoetballers van hun inkomsten leven. Via bestuursleden van NAC en Sparta vond Laseroms werk als vertegenwoordiger bij een houthandel in Breda en bij een glashandel in Rotterdam. Later zou hij twee slijterijen bezitten, gekocht van het geld dat hij verdiend had in de Verenigde Staten. Als een van de eerste Nederlandse voetballers was Laseroms, begin 1967, naar dit land vertrokken. Door bemiddeling van de Duitse voetbalmakelaar Raymond Schwab kreeg hij een contract bij de Pittsburgh Phantoms.

Bob Friedländer

Dat werd nog wel een dingetje. Theo Laseroms speelde bij Sparta en was vanaf Düsseldorf naar Amerika gevlogen om daar  te praten met de Pittsburgh Phantoms. Dat wist niemand. Ook bij Sparta niet. Sportfotograaf Bob Friedländer, die getipt was door Co Prins, zat in hetzelfde vliegtuig en stuurde foto’s door naar De Telegraaf/Nieuws van de Dag. Die belden met Sparta. Daar zeiden ze: “Dat kan helemaal niet, Laseroms komt hier vanmiddag trainen.” Maar Laseroms kwam dus niet. Hij tekende een contract in Amerika en is niet meer teruggekomen bij Sparta. Laseroms’ plotselinge vertrek bij Sparta leidde tot een geruchtmakende rechtszaak wegens contractbreuk. 

De Rotterdamse club werd een schadevergoeding van 170.000 gulden toegekend, die door de Phantoms werd betaald. Het Amerikaanse verblijf was financieel gezien weliswaar een succes, maar sportief viel het tegen: het Amerikaanse voetbal stond nog in de kinderschoenen. In deze periode strandde ook zijn eerste huwelijk.

Eind 1967 keerde Laseroms terug naar Nederland. Hij hertrouwde met Ineke van Gool, die hij al vóór zijn vertrek had ontmoet, en kreeg – met ingang van het seizoen 1968/1969 – een contract bij Feyenoord. In ‘de Kuip’ ontvingen de supporters hem, vanwege zijn reputatie van meedogenloze voetballer, met de nodige scepsis, maar hun argwaan maakte al gauw plaats voor bewondering. Laseroms liet zien dat hij met zijn zuivere passes en zijn koptechniek wel degelijk over technische vaardigheden beschikte. Zijn specialiteit was de sliding-tackle over grote afstand, die door het publiek beloond werd met een langgerekt ‘Theóóóóó! Theóóóóó!’.

Theo Laseroms in duel met Johan Cruyff

Bij Feyenoord kwam Laseroms terecht in wat later het ‘droomelftal’ zou worden genoemd. Met coryfeeën als Willem van Hanegem en Wim Jansen op het middenveld en Coen Moulijn en Ove Kindvall in de voorhoede. In de defensie vormde Laseroms samen met ‘IJzeren’ Rinus Israël een bijna niet te passeren duo, dat kwaliteit koppelde aan hardheid. ‘Eerst de man en dan pas de bal’, was hun lijfspreuk. Zelfs de gevaarlijkste aanvallers van Nederland, de Ajacieden Johan Cruyff en Piet Keizer, hadden tegen hen amper kans. Dat was van belang omdat in de wedstrijden tegen Ajax, waarmee Feyenoord eind jaren zestig, begin jaren zeventig steevast een nek-aan-nekrace voerde, de basis voor het kampioenschap moest worden gelegd.

Rinus Israël en Theo Laseroms met de Wereldcup

In 1969, in Laseroms’ eerste seizoen, werd het ‘droomelftal’ niet alleen landskampioen, maar sleepte het ook de KNVB-beker in de wacht. Het jaar daarop won Feyenoord – nu onder leiding van de legendarische trainer Ernst Happel – als eerste Nederlandse club de Europacup voor landskampioenen. Op 6 mei 1970 werd in een zinderende finale in Milaan het Schotse Celtic met 2-1 verslagen. Op 9 september haalde Feyenoord ook de officieuze wereldcup in huis door een 1-0 overwinning – na een bikkelharde wedstrijd – in de Kuip op het Argentijnse Estudiantes de la Plata, na eerder in Buenos Aires met 2-2 gelijk te hebben gespeeld. Als gevolg van de zware internationale verplichtingen moesten de Rotterdammers in 1970 het landskampioenschap aan Ajax afstaan. In het daaropvolgende seizoen eindigde Feyenoord echter opnieuw bovenaan. Ondanks deze successen was Laseroms geen heldenrol in het Nederlands elftal beschoren. In de jaren 1968-1970 speelde hij nog slechts vier interlandwedstrijden, omdat bondscoach George Kessler de voorkeur gaf aan Hans Eijkenbroek, Laseroms’ oude teamgenoot bij Sparta.

In juni 1972 liep het contract bij Feyenoord van de inmiddels 32-jarige Laseroms af. Vanaf het seizoen 1972/1973 kwam hij bij AA Gent nog twee jaar lang in de Belgische competitie uit. Daarna werd hij trainer. Laseroms zou er zeven jaar voor nodig hebben om het A-diploma van de KNVB te halen. De opleiding was hem te theoretisch: ‘ik ga van de praktijk uit’ (de Volkskrant , 12-12-1987). Hij werkte achtereenvolgens in België bij Ieper (1974-1975) en in Nederland bij de eerste-divisieclubs FC Vlaardingen (1975-1979) en Heracles in Almelo (1980-1982). In 1982 besloot de avontuurlijke Laseroms zijn geluk opnieuw in het buitenland te beproeven. Als een van de eerste Nederlandse trainers vond hij werk in het Midden-Oosten. Hij werd oefenmeester van de club West-Riffa in Bahrein en van het nationale elftal van dit oliestaatje en later ook van de club Alnahda in Saoedi-Arabië. Na vijf jaar kreeg hij genoeg van dit ‘speeltuinvoetbal’, en eind 1987 keerde hij terug naar Nederland, waar hij de rest van het seizoen werkzaam was bij Helmond Sport.

Theo Laseroms als trainer van PEC Zwolle (1988)

In 1988/1989 trainde Laseroms PEC Zwolle, zijn eerste en laatste eredivisieclub. Hier beleefde hij de grootste teleurstelling uit zijn loopbaan, omdat zijn elftal degradeerde, waarna de spelers het vertrouwen in hem opzegden. Laseroms kon maar moeilijk wennen aan het tactischer voetbal dat in de jaren tachtig in Nederland werd gespeeld. Ook de veranderde mentaliteit van de nieuwe generatie spelers viel hem tegen. ‘Mijn visie is: voetbal moet uit je hart komen – en bij deze groep komt voetbal niet uit het hart. (…) Er zijn jongens die denken met een minimum aan inspanningen een maximaal rendement te kunnen halen’ (Voetbal International , 27-5-1989).

Uit op eerherstel vertrok Laseroms in juli 1989 naar Turkije. Hij werkte daar eerst een jaar bij de eerste-divisieclub Trabzonspor, daarna werd hij trainer in de derde divisie, bij Cengelköy. Ook in Istanboel zou Laseroms niet lang blijven. Hij moest vertrekken omdat de voorzitter van de club – bij wie hij persoonlijk in dienst was – door speculaties grote schulden had gemaakt. Begin 1991 keerde Laseroms terug naar Nederland. Hij was op zoek naar een nieuwe werkgever toen hij, pas 51 jaar oud, getroffen werd door een hartstilstand.

Buiten het veld was Laseroms een enthousiaste prater en een beminnelijk mens. Op het veld was hij genadeloos. Vooral zijn jaren bij Feyenoord bezorgden hem grote bekendheid als de helft van het roemruchte duo dat hij met Rinus Israel vormde. In zijn tijd gold hij als de ideale centrumverdediger. Zoals zijn teamgenoot – en concurrent – Eijkenbroek het uitdrukte: ‘Het was gemakkelijker van Oost- naar West-Duitsland te komen, dan Theo Laseroms te passeren’.

Bronnen:

  1. Feyenoord 75 jaar, 1908-1983. Beelden van een roemrijke club. Onder red. van Piet Spelbrink (Rotterdam 1983).
  2. Henk Spaan, De top 100: de beste Nederlandse voetballers van deze eeuw (Amsterdam 1998).
  3. Rob Vente, Theóóóóó! Theo Laseroms’ voetballoopbaan verteld (Amsterdam 1970).
  4. Hans Sonneveld, Vijftig Kasteeljaren (Haarlem 1986).
  5. Matty Verkamman en Evert Vermeer, Om ‘t spel en de knikkers. 40 jaar betaald voetbal in Nederland (Amsterdam 1994).
  6. R. van Vrijaldenhoven, Feyenoord tegen de rest van de Wereld. Vijfendertig jaar Europa Cup en Wereld Cup voetbal (Amsterdam 1996).
  7. G. Bestebreurtje, Bouwers aan Feyenoord (Laren (N.H.) 1972)

Kwartierstaat:

Klik op de afbeelding voor een grotere weergave…

Ontworpen door Henk Kuiper Webs

Door de site te te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op "toestaan cookies" om u de beste surfervaring mogelijk te maken. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten