Willem van Hanegem

Willem van Hanegem

De mannen van 1970: Willem van Hanegem

door Marcel Verhoef

Oorspronkelijk gepubliceerd in Streekarchief Eiland IJsselmonde Kwartaalbericht Zomer 2020 (jaargang 35, nummer 2)

Killedijk—Terhofstede (fotograaf onbekend)

In het verleden heetten ze Anegem, Van Aeneghem, Van Haneghem of Van Hanegem. Allen zijn nakomelingen van Hubertus Anegem, in het begin van de achttiende eeuw geboren in Sluis. Met de stamboom van dit Zeeuws/Vlaamse geslacht van vooral herbergiers, schilders en vissers in de hand, sta ik op de Killedijk in het gehucht Retranchement/Terhofstede. Hier is Zeeuws-Vlaanderen het mooist. Het Zwingebied zorgt voor een adembenemend afwisselend landschap van dijken, kreken, duinen en zand. Vanaf het iets verhoogd gelegen Terhofstede kan bijna naar België worden gesprongen.

Halverwege de Killedijk staat een prachtig wit huis waar op 23 september 1811 Napoleon Bonaparte verbleef. Na een stormachtige reis per vissersboot, laverend tussen de verraderlijke banken en zandplaten van het Zwin, legde Napoleon zich op de Killedijk enkele uren te ruste in het huis dat toen nog een herberg was. De herbergier was Hendrijck van Aeneghem. Naar verluidt moet Napoleon hem met een medaille speciaal hebben bedankt voor de geboden gastvrijheid en de maaltijd.

Hendrijck van Aeneghem was de vader van Hendrijck van Haneghem (waarschijnlijk ook nog herbergier, geboren in 1797), Hendrijck van Haneghem was de vader van Abraham van Hanegem (1847-1925, visserman), Abraham van Hanegem was de vader van Hendrik van Hanegem (1870-1944, visserman), Hendrik van Hanegem was de vader van Lo van Hanegem (1905-1944, visserman), Lo van Hanegem was de vader van Willem van Hanegem: stucadoor, beroepsvoetballer, humorist, trainer, tv-commentator, en graag met een vishengel in de weer.

Aan de stamboom van de Van Hangems is indirect ook de onvoorstelbare armoede in het Zeeuws-Vlaanderen van rond de vorige eeuwwisseling te zien. Met duizenden tegelijk zochten de bewoners van dit gebied toen een beter leven in Amerika. Anna van Grol, de moeder van Willem van Hanegem, behoorde ook tot een emigrantenfamilie. Anna werd in 1908 in Rochester (Amerika) geboren. De Van Grols redden het niet in Amerika en keerden terug naar Zeeuws-Vlaanderen.

Nog voor 1900 trokken de meeste Van Hanegems noordelijker in Zeeuws­Vlaanderen. De meesten werden vissers in Breskens, al werden vissers in Breskens nooit zo genoemd. Wie viste was visserman. Op de Westerschelde en op de Noordzee visten de Bressiaanders vooral op hornaet, Vlaams voor garnalen. Op hun gammele scheepjes ging het vaak om een riskante en doorgaans magere broodwinning. Tot drie generaties vóór Willem werd door zijn familie op hornaet gevist. De karige verdiensten hadden weinig effect op het humeur van deze vissers.

Zij kwamen uit grote gezinnen, waar schraalhans keukenmeester was, maar de gezelligheid werd tot in de kommervolste dagen gekoesterd. In het deels protestante, deels buitenkerkelijke Breskens waren de Van Hanegems uitgesproken a-religieus. Ko van Hanegem, een oom van Willems vader, was een uitzondering. Hij was halverwege de jaren dertig wethouder en loco- burgemeester van Breskens en had politiek onderdak gevonden bij de Christelijk Historische Unie. Ko was zeer vroom en dat waren de meeste andere Van Hanegems bepaald niet. In de visserstak van Willem ging het vrijwel zonder uitzondering om mensen die van een grapje hielden, dagelijks om geld kaartten, in het dorpscafé graag een glas bier dronken, het meestal niet bij dat ene glas lieten en de kerk alleen van de buitenkant kenden.

Breskens na het Engelse bombardement (Foto: Zeeuws Archief)

Op 11 september 1944 kwam voor veel Bressiaanders een einde aan het door weinig materiële weelde maar veel sociaal plezier gekenmerkte dorpsleven. Britse bommenwerpers  trachtten die dag het naar Vlissingen overstekende vijftiende leger van de Duitsers te ontregelen. Precisiebombardementen waren het niet. Een groot deel van de dodelijke lading trof niet de vijand, doch kwam terecht in het hart van het dorp, dat kort tevoren wel was gewaarschuwd, maar toch niet volledig was verlaten door de bewoners. De zo godvrezende Ko van Hanegem heeft in een gedetailleerd verslag de ook voor de families Van Hanegem en Van Grol zo verschrikkelijke gebeurtenissen van 11 september 1944 vastgelegd. Ko zat in een schuilkelder met andere leden van zijn kerkgenootschap ‘De Vergadering der Gelovigen’ te bidden. De bommen kwamen ook bij hem in de buurt terecht, maar als door een wonder overleefde hij deze hel. Voor acht andere Van Hanegems was de dood onvermijdelijk. In het gezin van Willem behoorden de tienjarige Izaäk en vader Lo tot de slachtoffers. Ook een broer en twee zussen van Lo en hun vader Hendrik kwamen om. De familie van Willems moeder werd eveneens zeer zwaar getroffen.

Over het precieze lot van Izaäk is nooit iets bekend geworden, van hem is nooit meer een spoor gevonden. Lo heeft tijdens het bombardement een baby het leven gered. In een pakhuis ging hij steunend op knieën en ellebogen over het kind liggen. Toen het bombardement voorbij was, bleek hij zelf dodelijk te zijn getroffen, de baby onder zijn lichaam mankeerde niets. In 1991 kon die baby van weleer na een maandenlange zoektocht worden gevonden. Het was Ben de Pauw, even oud als Willem en van beroep kankerspecialist in het Radboudziekenhuis van Nijmegen. Toen hij hoogleraar in de oncologie aan de Katholieke Universiteit van Nijmegen werd, richtte hij tijdens zijn inaugurele rede zijn dankwoord speciaal tot de aanwezige Van Hanegems, onder wie Willem, uit. ”In Breskens liggen mijn wortels en in Breskens gaf Lo van Hanegem tijdens het bombardement van 1944 zijn leven voor het mijne. De schuld aan hem kan ik nooit inlossen. Diny, Willem en de andere Van Hanegems hier aanwezig hebben hun vader jong moeten missen. Jullie weten inmiddels welk een belangrijke rol deze gebeurtenis in mijn verdere leven heeft gespeeld. Ik ben dankbaar dat ik jullie tot mijn vrienden mag rekenen.”

Toen Breskens door de bommen van de geallieerden werd getroffen, was Willem zeven maanden. Hij werd daar op 20 februari 1944 geboren. Met zijn moeder en andere broers en zusjes was hij ruim buiten Breskens op een boerderij in veiligheid gebracht. Izaäk was met zijn vader nog even naar het dorp gegaan om wat huisraad op te halen, toen de bommen hen verrasten. In het voorjaar van 1946 vertrok Anna van Hanegem met haar kinderen naar Utrecht. Gerrit Lubbers werd in het gezin een tweede vader. Hij was bouwvakker bij het aannemingsbedrijf Panagro en werkte kort na de oorlog mee aan de wederopbouw van Breskens. Gerrit maakte in Breskens kennis met Anna en werd in Utrecht een door alle gezinsleden op handen gedragen stiefvader.

In Utrecht is Velox de enige club die wel iets in de jonge Willem ziet. Als jongen van zestien mag hij in 1960 lid worden. Eerder heeft hij het vruchteloos geprobeerd bij DOS en bij Elinkwijk. De laatste club neemt hem om twee redenen niet aan: te traag en, zo wordt gezegd, er ís al te veel jeugd. DOS nodigt Willem vervolgens uit voor een proefwedstrijdje, maar omdat hij geen voetbalschoenen bezit, gaat ook dat feest niet door. Dan maar, via een basisplaats als stopperspil in het hoogste elftal van de Christelijke Bloemschool van meester Vink, het straatvoetbal en het in Utrecht veel beoefende voetbal door speeltuinverenigingen, naar de derde club van de stad, Velox. Het verhaal dat aan zijn lidmaatschap voorafgaat, is beroemd en legendarisch. Wanneer trainer Daan van Beek doelman Henk van Ledden aan het trainen is, valt het de trainer op dat achter het doel een nogal stevige jongen met kromme benen de overgeschoten ballen soms subliem controleert en andere keren in één keer met het linkerbeen terugschiet. Aan alle ballen die het joch retourneert, zit effect, en zelden is er eentje niet geplaatst. Van Beek legt de keeperstraining even stil, hij stapt op de jongeman achter het doel af en vraagt of hij al ergens in clubverband voetbalt. Dit blijkt niet het geval te zijn. Een dag later staat Willem van Hanegem op de ledenlijst van de derde club van Utrecht.

WIllem van Hanegem in het tenue van Velox (Foto: Nationaal Archief, Hugo van Gelderen (Anefo))

In het seizoen 1960-1961 werd Willem zeventien en speelde hij zijn eerste wedstrijd in het eerste van Velox. Meer dan een A-junior in wie de één een uniek talent ziet en de ander de nadruk op zijn overgewicht en zijn gebrek aan snelheid legt, is hij dan nog niet. Het kan de pret niet drukken, want Velox is voor Willem een heerlijke voetbalclub. ”Een fijnere club heb ik nadien niet meer gehad,” zal hij later herhaaldelijk beweren. Ook is Velox een club die perfect bij zijn afkomst past: eenvoudig, buitengewoon gezellig, meneer Van Beek propageert puur aanvallend voetbal met het doel om te winnen, maar enige spierkracht mag soms ook worden aangesproken. Voorop staat echter het plezier in het spel.

Gelet op zijn ongekende talenten is het wonderlijk dat Willem pas in het seizoen waarin hij zijn negentiende verjaardag viert (20 februari 1963) deel uitmaakt van de selectie voor Velox 1.

Ook na enkele jaren voetbal in de eerste divisie zal men hem nog niet als een strateeg, als een nummer tien beschouwen. Hanegem is bij Velox aanvankelijk de nummer elf, de linksbuiten, niet eens de linksbinnen in het orthodoxe systeem met twee backs, een spil, twee kanthalfs en vijf aanvallers. Met enige regelmaat wordt hij ook als linksback opgesteld. Of als spil. Pas later zal de krachtige speler meer naar binnen trekken en dan ook in of achter de spits opduiken, waar hij opvallend sterk is met de kop en hard met het linkerbeen kan uithalen. Decennia later zullen trainers die eigenschappen in hun geheimtaal samenvatten als ‘scorend vermogen’; in de loop van het seizoen 1962?1963 houdt men het er nog op dat W. Hanegem eigenlijk te goed is om alleen maar linksbuiten te spelen. Willem begint als de klassieke lijnspeler, maar spoedig is hij ook een redelijk regelmatige schutter. Twaalf goals per

competitie maakt hij al gauw voor Velox. Hij kan koppen als de beste en op basis van zijn éénbenige techniek plus het bezit van een sterk lichaam dat zich van jongs af aan onwrikbaar tussen bal en tegenstander bevindt, draait hij zich vrij van zijn tegenstanders in de eerste divisie.

De pret bij Velox gaat hand in hand met de natuurlijke aanleg van de talenten uit de Utrechtse volkswijken, die zich tot deze bijzondere club voelen aangetrokken. Wie bij Velox voetbalt, wil heus wel naar het grote DOS, maar ergens ook weer niet. DOS is mooi, bij DOS speelt tenslotte de grote Tonny van der Linden ­ het idool van de jonge Willem ­ maar bij Velox is het vooral gezellig. En bij Velox is Daan van Beek dus, de aardigste trainer die men zich kan voorstellen. Willem heeft als jongen van bijna achttien al eens mee mogen doen in het eerste tegen Sparta. Linksbuiten Cor Adelaar is door Sparta van Velox gekocht en bij die transfer hebben de clubs een vriendschappelijke wedstrijd in Utrecht afgesproken. Het duel wordt twee keer uitgesteld. De afspraak is op een doordeweekse avond te spelen, maar in Utrecht beschikt alleen het Galgenwaard-stadion van DOS over licht. Uiteindelijk wordt toch aan de Koningsweg gespeeld en dan debuteert Willem. Van beide kanten worden niet de sterkste elftallen opgesteld, Velox verslaat Sparta met 4-0 en Willem wordt voor zijn spel gecomplimenteerd.

Met het Velox van Willem blijft het ook in de volgende drie jaren telkens een kwestie van hollen of stil staan. Steeds wordt de promotie naar de eredivisie op het nippertje gemist: in 1963 vijf punten te kort op Go Ahead, in 1964 drie punten te kort op Telstar, in 1965 drie punten te kort op Elinkwijk, in 1966 vier punten te kort op NAC.

Willem van Hanegem in actie tijdens Feyenoord-Xerxes (0-1) in 1967 (Foto van TV Beeld)

Nadat HVC-voorzitter Jacques Hogewoning eerst nog heeft geprobeerd Willem naar zijn club te halen en ook DOS en Sparta enige belangstelling hebben getoond voor de zo wonderlijk productieve en strategische speler, gaan Willem en Velox medio 1966 in op de aanbieding die Piet Hoogenboom namens Xerxes doet. Voor het transferbedrag van 80.000 gulden wordt het verticale geel?zwart van Velox verwisseld voor het horizontale blauw?wit van Xerxes. De Rotterdamse club mag debuteren in de eredivisie en trainer Kurt Linder heeft grote plannen.

De Duitser houdt er een ijzeren discipline op na. Hij ligt dan ook voortdurend in de clinch met Willem, die bij Velox gewend was aan Daan van Beek, de vaderlijke trainer die het wel best vond dat Willem zich alleen inspande wanneer er een bal aan te pas kwam. Linder onderkent de klasse van Willem, maar hij verplicht de aankoop meteen op een spartaanse manier aan zijn conditie te werken. Als eerste-divisievoetballer weegt Willem 94 kilo, onder Linder gaan er dertien kilo af. Linder leert Willem ook na te denken als een prof. De vrijblijvendheid van Velox wordt vervangen door de ernst van het vak. Ineens kan Willem piekeren over voetbal.

Van de volkswijk Oudwijk is hij in Utrecht inmiddels verhuisd naar Overvecht. Na de overgang naar Xerxes blijft hij in Utrecht wonen. Hij reist per trein naar zijn club.

 Xerxes is in Rotterdam de wat chique club van het noordelijke stadsdeel. De eigen accommodatie is ongeschikt voor voetbal op het hoogste niveau, reden waarom de thuiswedstrijden op het Kasteel van Sparta worden gespeeld. Ook bij Xerxes heet Willem onveranderd Hanegem. Zelfs in interviews blijft het altijd weer Hanegem. Blijkbaar voelt Willem zelf nooit de behoefte zijn interviewers op zijn volledige achternaam te wijzen.

Van Hanegem in de kleuren van Feyenoord (voetbalplaatje uit jaren zestig)

Willem blijft ook voor zijn nieuwe club een productieve voetballer. In het tweede en laatste jaar, wanneer Xerxes na een fusie met DHC inmiddels naar de Brasserskade in Delft is verkast, wordt Willem bijna topscorer van de eredivisie. Hij legt er 26 in, dat is maar eventjes 58 procent van Xerxes’ totale productie in de competitie. Alleen Willems aanstaande collega Ove Kindvall heeft dat seizoen voor Feyenoord twee meer gemaakt.

Kort na zijn transfer in de zomer van 1968 naar Feyenoord blijft hij nog wel even zijn goals maken, maar al in de tweede competitiehelft van dat eerste Feyenoord-jaar stokt de productiviteit. Na veertien ronden staat hij op twaalf goals, de eerste van de drie tegen Fortuna Sittard is een bijzondere: met rechts gemaakt ­ in de volgende twintig wedstrijden komen er nog maar twee bij.

Het volgende seizoen, het jaar van de gewonnen Europa Cup, komt Willem niet verder dan zes competitiegoals. Zelf vindt hij dat allerminst een probleem. Willem heeft het spel altijd graag voor zich gehad. Scoren heeft hij weliswaar veelvuldig gedaan, maar dit eigenlijk tot zijn eigen verbazing, zo beweert hij zelfs na zijn 26 doelpunten voor Xerxes/DHC. ”Doelpunten maken is mijn sterkste punt helemaal niet. Eigenlijk kan ik niet goed schieten. Als een bal dood ligt, kan ik precies bereiken wat ik wil, maar krijg ik ‘m in de loop, dan is het al een stuk moeilijker. Doelpunten doen me ook niks. Ik laat liever anderen scoren, Lazar Radovic bijvoorbeeld. Lazar vindt het prachtig om te scoren. Nou, dan geef ik hém de bal toch bij een kans?”

Na 1968 scoort Willem dus niet veel meer. Hij wordt wel een wereldvoetballer. Op 6 mei 1970 is er in Milaan het hoogtepunt van de Europa Cup-finale tegen Celtic. Vier jaar later won hij met de club uit Rotterdam ook nog de UEFA-cup.

Nederlands Elftal 1970 (fotograaf onbekend)

Willem van Hanegem ging na 247 wedstrijden voor Feyenoord te hebben gespeeld (1968-1976) over naar AZ ’67, waar hij van 1976 tot 1979, 75 wedstrijden speelde. In 1979 koos hij voor een buitenlands avontuur bij Chicago Sting in Amerika, maar na 27 wedstrijden keerde hij dat zelfde jaar al weer terug naar Nederland en ging voor FC Utrecht spelen. Na twee jaar en 54 wedstrijden, keerde hij in 1981 weer terug bij zijn oude liefde Feyenoord, waar hij in 1983 afscheid nam als betaald voetballer. In zijn voetbalcarrière speelde Willem 52 maal (1968-1979) in het shirt van Oranje.

Van Hanegem in 2019 (Foto van TV Beeld)

Na zijn actieve loopbaan als voetballer begon hij in 1984 als assistent-trainer bij Feyenoord, vanaf 1986 vervolgde hij zijn carrière bij FC Utrecht als assistent-trainer en in 1990 werd hij trainer van USV Holland (1990-1992) en FC Wageningen (1990-1991). In 1995 keerde hij terug bij Feyenoord als hoofdtrainer en won met de club tweemaal de KNVB-beker (1994 en 1995) en werd in het seizoen 1992/1993 kampioen van Nederland. Hierna volgde weer een buitenlands avontuur bij Al Hilal uit Riyad in Saoedi-Arabië. Zijn buitenlandse avonturen waren nooit zo succesvol, en dit contract werd ook vroegtijdig verbroken, waarna hij in 1999 terugkeerde in Nederland en in 2011 trainer werd bij AZ. Zijn laatste trainerschap was weinig succesvol en Willem werd vroegtijdig ontslagen bij de club. Hierna was hij vooral actief als columnist, analist en commentator.

Bronnen:

  1. De Jonge Willem, door Matty Verkamman
  2. Wikipedia
  3. Willem van Hanegem, buitenkant links door Frans van den Nieuwenhof

Kwartierstaat:

Klik op de afbeelding voor een grotere weergave…

 

Ontworpen door Henk Kuiper Webs

Door de site te te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op "toestaan cookies" om u de beste surfervaring mogelijk te maken. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten